De Gracieuse 1862 | Page 248

240 CONSTANCE CHORLEY.

hare volle lengte en hare scherpe wanluidende stem deed DUKE ontwaken en vol ontsteltenis om zich heen staren.

“Ik zal u zeggen meisje, hoe dat alles haar van avond weder voor den geest kwam,” zeide zij, als had CONSTANCE en niet hare moeder die vraag gedaan, “het is omdat zij op nieuwe van hem gehoord heeft – gehoord heeft dat hij in bitteren kommer is. Hij deed eenmaal een kind opstaan tegen haren va-der, en nu schijnt het dat zijn kind tegen hem is opgestaan. Weet gij, eene poos geleden brandde zijn huis af; en schoon men zegt dat hij het ontkent en het tracht stil te houden, wordt er toch gefluisterd dat hij gelooft dat zijne eigene dochter den brand stichtte en dat hij daarom genoodzaakt was haar verre van zich te zenden.”

Nu was het meer dan afgrijzen wat langzamerhand uit het gelaat harer toehoorster begon te spreken, het was eene belang-stelling grooter en inniger dan het medegevoel alleen kan op-wekken. Zij liet DUKE’S arm los, en boog zich voorover tot REBECCA toen deze voortging:

“Ik zeide u dat haar hart te vol haat was om smart te kun- nen bevatten, maar dat was niet juist gesproken. De smart kwam – de smart is nog immer hier – ja, en zoo versch en bitter als ooit – maar zij verandert in haat. O, hier brandt de haat, en mijne smart druppelt gestadig daarop neder en doet de vlammen steeds heftiger worden, als olie op het vuur. Voor mij kind, is er geen rust in leven of sterven – ik durf aan den hemel niet denken, want ik weet dat mijn haat mij den toegang afsluit, even als gindsche ketting – alleen dat ijzer ware ligter te breken. God zij mij genadig, want ik vrees dat mijn haat nimmer zal verbroken worden!

“En nu, meisje, mijn verhaal is ten einde. Ik geloof dat gij weet waarom ik het u mededeelde. Het was omdat ik vermoedde dat gij uw huis ontvloden zijt; en toen gij mij vroegt wat hier eertijds was, meende ik u te moeten vertellen wat niemand voor deze ooit van mij gehoord heeft. Ik dacht dat gij moest we- ten, wat gij gaat beginnen. Keer terug, mijn kind.” En RE- BECCA bukte zich tot haar, lei de hand op haren arm en her- haalde met eene ernstige en trillende stem: “Keer terug.”