De Gracieuse 1862 | Page 247

CONSTANCE CHORLEY. 239

wijls voelde zij hoe zijn blik op haar rustte. Wanneer zij het onbeschaafde volk voor de toonbank bediende of het grofste huiswerk verrigtte; en zij wist wat die blik dan uitsprak – wist dat hij dacht “en dat is dan mijne kleine dochter voor wie ik mijne beste levensjaren gaf, opdat nooit eenige arbeid hare hand zou bezoedelen. Is het dan zoover met haar gekomen?” Zoo zag ze hem lijden en sterven in den bloei van zijn leven, zij zag hem neergehouwen als een boom in zijne kracht en wist dat hare ongehoorzaamheid de bijl was die den slag had toegebragt. Zijne laatste woorden tot haar waren: “REBECCA, doe al het goede op de wereld dat in uw vermogen is, en ik wil u zeggen op welke wijs. Als gij de menschen hun hart ziet zetten op ééne enkele zaak, zeg hun dan dat dit hen rampzalig maken zal – ja dat zal het, mijn kind, zoo zeker als ik hier stervend nederlig zonder de vervulling te zien van een enkelen hartewensch.”

REBECCA’S stem stierf weg, en dieper en dieper boog zij het hoofd, tot het bijna rustte op hare knieën en zij verborg het in hare lange, magere armen. Eene wijl daarna zag zij op en zeide met gebroken stem:

“Schrei niet, meisje – zij deed dat ook niet. Neen; zij zat naast zijn lijk en waakte nacht en dag tot men het in de kist leide, maar zij beweende hem met geen enkelen traan, geen enkelen. En waarom? Omdat er, kind, in haar iets was dat elken traan verstijfde, iets dat haar hart zoo vervulde dat er geen plaats bleef voor smart – en dat was haat, vurige woedende haat tegen hem die dat alles veroorzaakt had!”

Hier werd zij tegengehouden door moeder CATLIN, die sedert eenigen tijd naar REBECCA’S stem had geluisterd, terwijl tranen langs hare holle wangen gleden; de bevende hand rustte op ha- ren schouder toen zij sprak:

“Kom, kind, wees bedaard! Wat heeft van avond dat alles in uw geheugen teruggebragt?”

Maar REBECCA kon niet ophouden; zij scheen eene onuitspre-kelijke verligting te vinden in die heftige ontboezeming van lang verkropte drift en in den aanblik van het afgrijzen dat hare toehoorster zwijgend uitsprak bij het vreeselijke verhaal. Zij schudde haars moeders hand van zich af, rigtte zij op in