De Gracieuse 1862 | Page 244

236 CONSTANCE CHORLEY.

of in de kerk tusschen hare ouders zat en van den hemel hoorde spreken, overviel het meisje de gedachten dat zij nu haren hemel had, en dat als anderen ter rust gingen haar leed zou begin- nen; en dikwijls vond men haar schreijende, en niemand wist ooit de oorzaak dier tranen. Zoo duurde het voort lange, geluk-kige jaren; en terwijl zij leefde als eene groote dame, sloofden haar vader en hare moeder van den morgen tot den avond om de goudstapels altijd grooter te maken, opdat het meisje rijk mogt zijn als zij eenmaal vrouw zou heeten. O ja! gij hadt ge- lijk, het huis is nu rustig; maar als gij toen waart hier geweest, toen dagelijks aanzienlijke gasten aankwamen om het bronwater te drinken en toen het fortuin van het kleine meisje als ge- maakt was. En elken avond als wij hier alleen zitten, verbeeldt moeder zich nog altijd de drukte en het geraas te hooren – haar oor kan die oude welbekende geluiden niet vergeten. Zij hoort in de keuken het braadspit draaijen en de schotels ram-melen, zij hoort hoe knechts en meiden de trappen op en af- snellen, hoe de schellen klinken en de fraaije dames hare beve- len geven, of zelf mylord de markies om zijne laarzen roept – want wij hadden hier eenmaal ook eenen markies – of eene jagtpartij stilhoudt om voor het huis een glas te ledigen.

“Nu dan, het meisje groeide op en het toeval wilde dat zij, buiten het ouderlijk huis op een bezoek zijnde, iemand ont-moette die in lang verleden jaren haars vaders ergste vijand was geweest; en voordat zij dit wist, had zij geluisterd naar zijne stem en geleerd die zoo lief te hebben, dat zij elk geluid haatte dat haar den klank er van kwam benemen. Zij had hem in het gelaat gezien en zich elken trek zoo in het geheugen ge-drukt, dat vele lange dagen nadat zij huiswaarts was gekeerd, dat gelaat zich telkens verhief tusschen haar en hare ouders als zij des avonds bijeen zaten; en sedert dien tijd deed het hart haar immer pijn.”

REBECCA drukte de magere handen zamen over hare borst en een traan biggelde langs hare wang terwijl zij vervolgde.

“Het deed pijn, nacht en dag, en zij werd krank en het ge- wone leven, wat haar toch vroeger voor ze hem ontmoette zoo gelukkig had gemaakt, verveelde haar nu. eindelijk gebeurde het,