De Gracieuse 1862 | Page 242

234 CONSTANCE CHORLEY.

en neder; en in plaats van twee dansten daaromheen myriaden van oude gedaanten, half met kleine hoofden en hoog opgesto-ken haar als dat van REBECCA, en half met bevende gele muts-stroken als die van moeder CATLIN. allerlei gissingen omtrent wat haar vader te Lympton zou opgeven als de reden van haar vertrek, verdrongen zich in haar geest en deden daar on- rust en angst gedurig aangroeijen. Nogmaals hief zij den blik op naar hare onvriendelijke herbergsters en beproefde te spreken. Oogenschijnlijk was REBECCA nog altijd verdiept in het uitstor- ten van een hart vol verbittering en haat over eenig denkbeel- dig vijand in het vuur; en inderdaad zoo groot was hare afge-trokkenheid dat na haren eersten blik op de kinderen haar oog geene enkele minuut meer naar hen had heengezien, terwijl houding en manieren van moeder CATLIN wel voldoende waren om een moediger hart te doen ijzen dan dat van de klein CON-STANCE.

Voorover geleund in haren stoel, met het hoofd een weinig opgerigt scheen zij oplettend te luisteren, niet naar eenig bij-zonder geluid in eenig bijzonder gedeelte van het huis, maar naar eene talloze menigte van geluiden, nu eens komende van de togtige slaapkamers vol ratten boven, dan weder uit de groote ongebruikte keuken beneden.

Vol angst scherpte CONSTANCE het vlugge oor, maar hoorde geen enkel geluid behalve het aanhoudende gekraak van het zware uithangbord en het gefluit van den wind in den breeden schoorsteen. Een onwillekeurige kreet die haar ontsnapte deed REBECCA opzien en de scherpe oogen op haar vestigen.

“Let op haar maar niet, meisje;” zei zij toen zij zag wat CONSTANCE zoo ontsteld maakte. “Het is niets anders dan wat zij elken avond hoort.”

“Wat hoort zij dan?” vroeg CONSTANCE beschaamd, “alles schijnt toch rustig.”

“En het is nu ook alles rustig,” antwoordde “het kind,” en staarde op nieuw naar haren vijand in de vlam. “Maar zij hoort wat hier vroeger was.”

“Wat hier vroeger was?” herhaalde CONSTANCE angstig fluis-terend.