De Gracieuse 1862 | Seite 237

DE MAAND FEBRUARIJ.

Over de verschillende namen deze maand zouden wij eene geheele wagenvracht geleerdheid kunnen te pas brengen, die echter in een Maandschrift voor jonge dames al zee te onpas zou staan. Met een woord zij dus slechts gezegd, dat haar meest gebruikelijke naam ontleend is van februaliën of reinigings-offers, die bij de oude Romeinen gedurende eenige dagen dezer maand in gebruik waren. Of de Oud-Nederlandsche naam Sprokkelmaand zijnen oorsprong te zoeken hebbe in het houtsprokkelen – wij zouden het eer kunnen aannemen indien het opzoeken van dood hout in de bosschen een bedrijf ware, aan deze maand bij-zonder eigen. Doch daar dit het geval niet is, laten we alle taalkundig onderzoek aangaande den oorsprong van dezen naam eenvoudig rusten. Als onze lezeressen de Februarij-maand toevallig bij eenen ouden Nederlandschen schrijver – in den regel voorwaar geen dames-lectuur! – Schrikkelmaand mogten genoemd vinden, dan zullen zij zich terstond herinneren, dat Februarij, in tal van dagen de minst begunstigde der maanden, toch nog éénen meer om de vier jaren be-komt in een schrikkeljaar. Onze lieve schoonen hebben misschien wel een ge-hoord, dat het aan de jonge dames alsdan geoorloofd zou zijn, huwelijks-aanzoek zelve te doen. Geoorloofd – nu ja! als alle huwelijks-advertentiën in de couranten geen loutere grappen zijn – en dat zij het niet altijd zijn, zouden we des noods kunnen bewijzen – bieden zich nu en dan ook wel . . . jeugdige? . . . schoone? . . . rijke? . . . meisjes aan tot een “wettig huwelijk.” Maar – – maar – –

Ik wenschte wel dat de Februarij-maand minder stof gaf, want dan kon ik nog wat uitweiden over ’t geen ik nu met een paar streepjes moet afdoen. ’t Is echter misschien ook beter . . . . . . Berispen zou ik niemand gaarne; tot waar-schuwen tegen onbedachtzaamheid, gevolg van jeugdige onervarenheid, heeft, naar de schrijver hoopt en God bidt, elke lezeres beter gelegenheid dan eenige woorden in een Dames-maandschrift. En daarmede verwijzen wij onze jeugdige lieve vriendinnen naar Spr. IV: 23.

“Vrouwedag” en “Lichtmis” heet de 2de dag dezer maand. Het is de 40ste dag na de geboorte van onzen Heiland. De Israëlitische vrouwen, die het voorregt hadden moeders te zijn, bragten op dien dag hare offers in den tempel te Jeru-salem. Waarschijnlijk herinneren zich onze lezeressen hier wel de merkwaardige ontmoeting van de moeder des Heeren met den grijzen Simeon, Luk. II: 25–35, een der roerendste tooneelen uit de gewijde geschiedenis, gelijk het dan ook me-nigmalen gemaald is door het penseel van beroemde schilders. En is het daartoe niet uitnemend geschikt? Eene jonge vrouw komt, vergezeld van haren echtge-noot, in den tempel met een zuigeling, wiens verhevene bestemming zij zeker aan niemand, aldaar tegenwoordig, bekend achtte; maar zie! daar nadert een grijsaard, hij neemt het kind op den arm, dankt God dat hij het heeft mogen zien en spreekt eenige woorden, ten deele duister van beteekenis, maar uit welke