De Gracieuse 1862 | Page 238

230 DE MAAND FEBRUARIJ.

toch ook tevens blijkt, hoe diepe blikken hij geslagen had in de leidingen des Allerhoogste en het lot van dat kind. En die man is het, die niet zou, die niet kon sterven eer hij de vervulling der goddelijke beloften had gezien – inderdaad een allerbelangrijkst tafereel!

Naauwelijks eene maand is er in het geheele jaar, in welke de R. C. kerk de nagedachtenis viert van zoo vele godvruchtige vrouwen, als Februarij: JOHANNA (4), AGATHA (5), DOROTHEA (6), HELENA (8), APOLLONIA (9), SCHOLASTICA (10), EULALIA (12), CATHARINA DE RICCI (13), JULIANA (16) EN ELEONORA (19). Aangaande de meesten harer zouden we echter niet veel kunnen berigten, dan de overlevering dat zij hare standvastige belijdenis van het Evangelie, of ook wel hare getrouwheid aan eer en deugd met haar leven hebben moeten betalen. De hier genoemde HELENA is echter niet de vermaarde moeder van CONSTANTIJN den Groote, den Romeinschen keizer, die het Christelijke geloof aannam en het Christendom tot godsdienst van den Romeinschen staat verhief; de feestdag ter herinnering van deze valt op 18 Augustus.

Doch kunnen wij ten aanzien dier vrouwen niet veel mededeelen, des te be-langrijker zijn de herinneringen tot welke deze maand aanleiding geeft met be-trekking tot sommige vrouwen uit de vaderlandsche of algemeene geschiedenis.

2 Februarij 1457 is geboren MARIA VAN BOURGONDIE, dochter van KAREL DEN STOUTEN en ISABELLA VAN BOURBON. Zij verloor haren vader toen zij slechts 20 jaren oud was. Daar deze haar rijke erflanden naliet, dongen onder-scheidene vorsten naar hare hand. Vooral was dit het geval met den koning van Frankrijk, die niets vuriger wenschte dan door eene echtverbintenis met zijnen oudsten zoon, den Dauphin, de bloeijende Nederlanden met Frankrijk te vereeni-gen. gelukkiger dan hij was echter MAXIMILIAAN van Oostenrijk; doch, hetgeen in onze dagen wel niet meer plaats zou hebben, het geloopen blaauwtje kwam ook ons vaderland op een oorlog met Frankrijk te staan.

Den 12den Februarij 1554 werd de ongelukkige JANE GRAY onthoofd. (Zie bladz. 164.) Onze dichter FEITH heeft haar rampzalig uiteinde bezongen in een treurspel, welks lezing zich geene onzer lezeressen zal beklagen. Waarlijk – op den troon, of in het algemeen: in uitwendige grootheid is het ware geluk niet te zoeken!

Den 23sten Februarij 1662 overleed eene andere ongelukkige vorstin: ELISABETH, dochter van JACOBUS I, koning van Engeland. Zij was de gemalin den FREDERIK, keurvorst van de Paltz, kleinzoon van onzen grooten WILLEM van Oranje, die ten jare 1619 tot koning van Boheme verkozen werd, maar reeds in het vol- gende jaar zijne kroon moest nederleggen. Hij nam de wijk naar ons vaderland, waar hij in 1632 overleed. Zijne weduwe, die mede lang in de Nederlanden had gewoond, overleed op eene reis in haar vaderland.