228 HUISHOUDEN EN KEUKEN.
stand, elk lang en alle tijden; zij zijn als ingeweven in alle andere genoegens en blijven ten laatste tot onze vertroosting als deze hebben opgehouden. De uitvinding van een nieuwen schotel brengt meer geluk aan het menschdom dan de ontdek-king eener nieuwe ster.”
“Laat het getal uwer gasten (en hier zijn wij het ten volle eens met onzen gastronoom) nooit meer dan twaalf bedragen, opdat het gesprek algemeen kunne blijven.
Breng de temperatuur uwer eetkamer op 68°. Laat uwe ge-regten niet te talrijk zijn, maar alle uitstekend goed, en zorg in de volgorde steeds van het voedzaamste tot het ligtste af te dalen. Van de gewone en ligte wijnsoorten gaat men over tot zwaarder en geuriger. Wanneer gij iemand ten uwent noo- digt neemt gij tevens de verplichting op u om het hem genoe-gelijk te maken zoolang hij uwe gast is. De huisvrouw zorge immer voor onberispelijke koffij; op den huisheer rust de ver-antwoordelijkheid voor de eigenschap zijner wijnen en likeuren.”
De laatste aanwijzingen voor het geven dan diners verdienen ten volle te worden in toepassing gebragt; wij voegen daarbij nog eene menu voor Februarij waaraan wij hopen dat ook onze moderne Lucullus zijne goedkeuring zou kunnen hechten.
Eerste geregt.
Julienne soep. Gekookte tarbot met oestersaus.
Entrées.
Oesterpasteitje. Frituur van konijn.
Tweede geregt.
Ossenhaas in ragout. Gebraden vogels. Groenten.
Derde geregt.
Cabinet pudding. Vol au vent. Vanille room. Gelei van oranjes.
Dessert.