De Gracieuse 1862 | Seite 231

BANKNOOT. 223

“Mejufvrouw, JEANNE heeft een vriendelijk verzoek aan u te doen. Morgen wachten wij familie van buiten. Ik zou u zeer dankbaar zijn indien gij de moeite op u wildet nemen om na-mens mijne dochter, onze gasten te ontvangen en de honneurs mijner woning en tafel waar te nemen.”

JULIËTTE was over dat voorstel zeer verlegen en bloosde tot over de ooren. Zij verheugde er zich wel ten hoogste over, iets te kunnen doen dat aan den vader van hare kweekelinge aan-genaam was; maar zij had weinig in de wereld verkeerd en ver-trouwde zich zelven niet toe, dat zij in staat zou zijn om zich te kwijten van den post, die haar door een naar hare meening te goed vertrouwen op hare beschaving werd opgedragen. Doch zij beloofde te zullen doen wat zij kon, en DEBRAY verzocht haar, eene uitnoodiging aan hare moeder tevens te doen.

Na den maaltijd werd muziek gemaakt; eene nicht van den heer DEBRAY zong voortreffelijk en JULIËTTE accompagneerde haar op de piano. De bedrevenheid bij het vervullen van de haar opgedragen betrekking liet misschien nog wel iets te wenschen over, maar dat gebrek, indien het er een was, werd rijkelijk vergoed door hare ongedwongene lieftalligheid en be-minnelijke ongemaaktheid. Die iedereen innamen. Bij het voor-dienen van het nagerigt, bij het schenken van thee en bij alles bemerkte JULIËTTE intusschen, dat de oogen van den gastheer steeds op haar gevestigd waren; dat onthutste haar min of meer, omdat zij het toeschreef aan vrees of er ook eenige onhandigheid of linksheid voor den dag zou komen. En toch kon die blik niet zachtzinniger zijn of juister zijne inner- lijke tevredenheid uitdrukken, dat hij JULIËTTE bij alles zoo uitnemend op hare plaats vond. Zij droeg dien dag het effen zwart zijden kleedje dat zij doorgaans ook aan had als zij les gaf, met eene fluweelen pelerine, welk uiterst eenvoudig toilet voltooid door een kanten kapsel, half zwart en half blaauw, haar allerliefst stond en zoo uitnemend voegzaam was, dat DEBRAY zijne bewondering naauwelijks kon zwijgen. Zoodra hij haar zag, vond hij haar aldus oneindig passender gekleed dan indien zij zich had opgepronkt met lintjes en strikjes, goed- koop, mooi! ter verberging van het eenvoudige harer kleedij.