De Gracieuse 1862 | Page 223

ALIX. 215

mijner dames toe uwe venetiaansche kanten te zien, de roem van hare pracht is tot mij doorgedrongen op mijne reis.

t. a. v.

MARIE COLBERT.”

ALIX rukte dit schrijven bijna uit de hand harer meesteres, die haar nog nariep: “neem toch een rijtuig.”

Zij snelde heen.

DE KANTEN.

Toen ALIX terugkeerde, begaf zij zich naar hare kamer, sloot zich daarop, en verzocht dat men haar daar acht dagen rustig laten zou. Hetzij dat mevrouw COLBERT de reden begreep, hetzij dat zij haar hare afhankelijkheid niet wilde laten gevoelen, al-thans zij eerbiedigde deze afzondering, en gebood haren onder-hoorigen ALIX niet te storen. Naauwelijks waren die dagen verstreken of ALIX verscheen voor hare meesteres, met een ge- laat strelende van blijdschap en geluk, en sprak:

“Mevrouw, ik kom tot u, om door u eenige oogenblikken audientie bij den eersten minister te verkrijgen.”

“Zelfs zonder mij de beweegreden en het doel er van mede te deelen ALIX?”

Diep bewogen met tranen in de oogen antwoordde deze: “Lieve mevrouw, het is omdat ik geene minuut verliezen wil om mijne verwachtingen aan uwen edelen echtgenoot mede te deelen.”

“Kom dan, laat ons gaan,” en tegelijkertijd stond mevrouw COLBERT op en legde haar arm vertrouwelijk in dien van hare beschermeling.

Het was het uur dat COLBERT in de eenzaamheid werkte aan de uitgestrekte plannen die de eeuw van LODEWIJK XIV zoo groot maakten. Niemand behalve zijne vrouw zou hem in die oogenblikken hebben durven storen, de kracht der liefde alleen kon dit strenge gebod doen overtreden. En toch, deed MARIE het met een kloppend hart. Terwijl ALIX kalm en opgeruimd voortging zeide MARIE met eene stem die de onrust van haar gemoed verried: “gij jeugdig meisje, zoo eerst van het land