212 ALIX.
Blois; het was deze jeugdige vrouw die wij ontmoet hebben. Toen zij haar paleis binnentrad, werd haar een brief overhan- digd van haren gemaal, die haar verzocht de reis te staken, en zoodra mogelijk tot hem terug te keeren te Parijs. Nog naau-welijks had zij geëindigd met lezen, en reeds werd haar een vreemdeling aangekondigd vergezeld van LA JEUNESSE. Men be-grijpt ligtelijk dat het de heer CASTÉJA was. Het was of de welbekende stem haar tot zich zelve bragt, nog had de notaris slechts een paar woorden gesproken en ALIX opende de oogen. Hij verhaalde aan de gade van den minister het voorgevallene, maar voegde er bij dat zij door haar edel gedrag afhankelijk was geworden van anderer grootmoedigheid.
“Geef haar mij mijnheer CASTÉJA, zij zal mij eene zuster, eene vriendin zijn?” Het aanbod was zoo schoon en die vrouw te gunstig bekend, dan dat aan eene weigering konde gedacht worden. Daar ALIX geene gevolgen ondervond van hare bewus-teloosheid, vertrok zij reeds den volgenden dag met hare nieuwe vriendin naar Parijs. Daar aangekomen bevond mevrouw COL- BERT zich naauwelijks in hare appartementen of reeds liet de minister zich aandienen, volgde den lakei bijna op den voet en sprak met zulk eene gejaagdheid en verwarring dat hij niet eens bemerkte dat zijne vrouw niet alleen was: “Gij ziet mij in een vreesselijken toestand. M. DE CROISSY heeft de dochter van den President van Lireux gehuwd . . . .”
“Ik wist dat, en nu? . . .” Mevrouw COLBERT begreep niets van den zin dezer woorden.
“Hij heeft haar een japongarneersel gegeven van kant uit Venetië,” vervolgde COLBERT half wanhopig.
Naauwelijks kon mevrouw COLBERT een glimlach terughouden toen zij zeide: “Nu, welk kwaad is daarin?”
De ontroering des ministers klom terwijl hij antwoordde: “en dit garneersel heeft zes en dertig duizend livres gekost . . . en heeft ontzaggelijk veel bewondering verwekt op het laatste hofbal.”
“Welnu,” hervatte nogmaals de vrouw des ministers, zonder te durven lagchen en echter zonder er iets van te begrijpen.
COLBERT liet haar niet vervolgen, maar viel haar in de re-