De Gracieuse 1862 | Page 215

ALIX. 207

drukkende stilte, zoo eene als menigmalen de uitbarsting van een hevig onweder voorafgaat. Men zag elkaâr aan met onder-zoekenden onheilspellenden blik, en allen vestigden dien op ALIX, die stil weenende daar te nederzat, zonder een oogenblik te vermoeden dat zij ten doel strekte aan de woede en wraakzucht van de haar omringenden. Op eens barstte de storm los en allen schreeuwden te gelijk:

“Afschuwelijk, ongeloofelijk, onregtvaardig.”

Verbaasd en verschikt vloog ALIX op, zocht berscherming bij den notaris en zeide: “Mijn hemel wat is er?”

“Wat er is,” bulderde de markies terwijl hij door zijne stem de anderen tot zwijgen bragt, “er is hier een gruwelijk schelm-stuk, eene strafwaardige list gebruikt, die de regtbank straffen zal, mejufvrouw!”

“List, schelmstuk, regtbank!” herhaalde ALIX werktuigelijk, zij begreep niets.

“Ja, een schelmstuk, zeker –”

“Mijnheer de markies, hetgeen gij daar zegt is onteerend en beleedigend,” zeide de heer CASTÉJA, terwijl hij vol veront-waardiging opstond, en zijne hand beschermend op het hoofd van het meisje legde.

“Ja, ik herhaal het, er is list gepleegd,” schreeuwde de mar- kies nog harder, “waar zijn de natuurlijke erfgenamen? hier, wij zijn het – de zijdelingsche erfgenaam is Mejufvrouw, en zij is het die erft, zij alleen. Of mijn broeder is gek geweest toen hij dit testament maakte en dan is het van onwaarde – of hij is door de listen van mejufvrouw gedwongen en dan is het even-zoo zonder verbindende kracht.”

“Mijn goede mijnheer CASTÉJA, zeg mij toch wat zij vertel-len?” vroeg ALIX met diep bewogen stem.

De notaris antwoordde zacht en droevig, hij wilde haar zoo-veel mogelijk sparen: “zij beschuldigen u, mijn kind, van het-geen het slechtste is op de wereld, dat wat erger is dan een dadelijke diefstal, daar die dikwijls uit nood geschiedt; zij be-schuldigen u van in stilte het schandelijkste weefsel zaamgesteld en misbruik gemaakt te hebben van uwe positie, van de vriend-schap en de liefde voor u van uwen oom, door een zwak en