De Gracieuse 1862 | Page 214

206 ALIX.

ken als aan eene doode die men heeft lief gehad, maar die men zeker weet nooit weder te zullen zien. Veertig jaren verliepen: God maakte mij voorspoedig. Toen ontving ik een brief van een Duitsch nichtje, dat ik eens bemind had, maar uit gebrek aan fortuin niet had kunnen huwen. Zij trouwde later in Vlaan-deren met een d’Alençon. Zij schreef mij dat zij weduwe was, zeer ziek ja stervende, en beval mij hare dochter ALIX aan, een engel die mij eene vertroostende dochter is geweest. . . .

“A ha, nu krijgen wij zeker de biographie van mejufvrouw ALIX,” zoo sprak alweder de markies al geeuwende.

Mijnheer CASTÉJA zag hem met verontwaardiging aan, en terwijl hij zijne stem verhief en op elk woord klem legde, las hij verder: “Aan deze ALIX, dochter van mijne nicht AN-GÉLIQUE DE PICHON en van PIERRE D’ALENÇON haar gemaal, vermaak ik al mijne goederen, roerende en onroerende, al wat ik bezit en nog ontvangen zal, als ook het geld dat uitgezet is bij mijnen vriend CASTÉJA, notaris, en dat ten naastenbij driemaal honderd duizend kroonen bedraagt, zoo ook hetgeen bij mijnen bankier DONARÈS staat, die een millioen livres van mij heeft; aan mijnen broeder FRANÇOIS, markies DE MAURIAC vermaak ik duizend livres in eens; evenzoo aan mijne zuster VÉRONICA dezelfde som, voorts aan elk mijner neven en nichten, die ik niet weet hoevelen er bestaan, honderd kroonen van drie livres ook in eens.

Tot executeur-testamentair benoem ik mijn vriend HUGO-HENRI CASTÉJA notaris, terwijl ik hem tot een aandenken aanbied mijn klein buitengoed de Bassens en daarbij behoorende landerijen.

Aan ALIX beveel ik mijne oude en jonge dienaren.

Gedaan met mijne eigene hand en uit vrijen wil, gezond van ziel en ligchaam.

Bordeaux, uit mijn huis rue de la Tresorerie den 1 Feb. 1662.

ANTOINE DE MAURIAC,

Handelaar.

DE GEVOLGEN VAN HET TESTAMENT.

Eene stilte volgde op de lezing van het testament, maar eene