172 AMERIKAANSCHE HUMBUG.
de handen uit, murmelde als in wanhoop eenige onverstaanbare woorden, en stortte zich toen, vóór dat iemand het beletten kon, in den stroom. Nog stonden alle toeschouwers als door schrik verlamd, toen een tweede jongeling zich heendrong door de menigte, angstig naar alle kanten heenzag en vroeg of nie-mand zijn broeder had gezien. Zijn blik rigtte zich op den vloed hij uitte een hartverscheurenden kreet en riep uit: “Daar is hij, ik wil hem redden of met hem sterven!” In het volgende oogenblik was hij reeds in den snel stroomenden Ohio gespron-gen. met krachtigen arm kliefde hij de golven, weldra had hij zijn broeder bereikt, greep den reeds zinkende bij de haren en zwom met hem terug naar den oever, onder het luide jui- chen der toeschouwers.
De redder was uitgeput, de geredde lag in onmagt. Gevolgd door eene groote menigte werden zij naar een naburig logement gebragt, meer dan een dozijn handen waren gereed om hun versterkingsmiddelen te reiken, die hen met behulp van een goed vuur spoedig weder bijbragten.
Terwijl de geredde zwijgend en somber voor zich heenstaarde begon de andere broeder nu, als ’t ware meer voor zichzelven als tot de omstanders, eene schildering van den nood en de ellende waaraan zij beiden, uit hun vaderland verdreven, hier op vreemden grond waren prijs gegeven. “Vertwijfeling dreef mijnen broeder in de golven van den Ohio!” riep hij luid, maar zweeg toen plotseling als verschikt door den toon zijner stem, zag schuw in het rond en zeide: “Vergeving mijneheeren, ik vergat dat ik niet alleen ben, het was mijne bedoeling niet u lastig te vallen met het verhaal van ons ongeluk.” “Spreek, spreek,” riepen verscheiden stemmen; maar nu trad er een heer vooruit en lei, terwijl hij eene verontschuldiging uitsprak, eenen dollar op de tafel. Het voorbeeld vond navolging. Een ander gaf twee, een derde vijf dollars en in korten tijd was er eene aanzienlijke som bijeengebragt voor den edelen jongeling die het leven zijns broeders met gevaar van zijn eigen gered had.
“Die hebben van daag goede zaken gemaakt,” zeide een der toeschouwers, een oud man uit een naburig dorp, toen de broe-ders vertrokken waren onder bewijzen der levendigste deelneming.