LADY JAN GRAY. 167
noot, verklaarde zij zelve door de onvriendelijkheid waarmede hare ouders haar behandelden en door de goedhei die inte-gendeel hare leermeesters voor haar hadden. “Nooit kan ik iets doen wat goed is,” zeide zij tegen eene vriendin, “ik kan noch eten noch drinken, noch zitten noch gaan zonder hun misnoegen op mij te laden. Altijd word ik uitgescholden en soms geslagen, zonder nog andere bewijzen van hunnen toorn te rekenen, die ik uit eerbied voor hen niet vermelden wil. Mijne gelukkigste oogenblikken zijn die ik met mijn leermees- ter AYLMER doorbreng. Zijn gedrag jegens mij is zeer zachzin- nig en de uren waarin hij mij onderwijs heeft, vervliegen zoo snel dat ik dikwijls, als ik genoodzaakt ben mijne boeken te sluiten, mijne tranen niet weêrhouden kan.”
Het was alzoo haar hart dat haar naar wetenschap trok, de leermeester die haar de studie deed beminnen. Er ligt daarin iets meisjesachtig natuurlijks. Ook moet zij zeer beminnens-waardig geweest zijn, want zij werd door allen die haar kenden algemeen bemind. EDUARD zelf had voor zijne jonge bloedver-wante zooveel liefde dat de jongere broeder zijner moeder, THO-MAS SEYMOUR, de lord admiraal, die de gunst van zijnen neef met het leven moest betalen, er ernstig aan dacht lady JANE GRAY met den koning te doen trouwen. Doch de eerzucht van den hertog van NORTHUMBERLAND begreep het anders; hij wilde de heerschappij in zijn eigen huis overbrengen en daarom trouw- de hij in het eerst van Mei 1553 lady JANE GRAY met zijnen vierden zoon GUILFORD DUDLEY en wist het er toen door zijne voorstellingen van het gevaar waarin de gereformeerde kerk geraken zou als MARIA eens den troon beklom, bij EDUARD daarheen te brengen, dat hij zijne zuster uitsloot en lady JANE GRAY tot zijne opvolgster bestemde. Ten opzigte van ELIZA- BETH had EDUARD het langst geaarzeld: de katholieke gods- dienst kon bij haar niet tot een voorwendsel gebruikt worden, en bovendien had EDUARD zijne jongere zuster hartelijk lief. NORTHUMBERLAND wist intusschen alle tegenwerpingen van den jongen koning weg te redeneren en op den 12den Junij maakte EDUARD bekend wat hij besloten of liever wat NORTHUMBERLAND hem ingeblazen had.