De Gracieuse 1862 | Page 173

LADY JAN GRAY. 165

ongelukkigen koning HENDRIK zoo hevig dat hij, om die te doen zwijgen, Engeland aan het geestelijke gezag van den paus onttrok, CATHARINA weder tot prinses van Wales maakte en hare en zijne dochter MARIA voor onwettig verklaarde, en in 1533 op eigen gezag met ANNA BOLEYN in den echt trad.

CATHARINA bleef zich zelve zoowel als hem die haar verstoo- ten had, getrouw; zij noemde zich zelve zijne vrouw en ko- ningin totdat zij stierf. HENDRIK weende toen hij haren dood vernam, maar ANNA BOLEYN verheugde zich: “nu ben ik wer-kelijk koningin,” zeide zij. Weinige maanden later eindigde zij, van ontrouw aangeklaagd, haar leven op het schavot. Hare dochter ELIZABETH werd niet minder dan die der Spaansche voor onwettig verklaard, en op den dag der onthoofding werd JANE SEYMOUR de derde echtgenoot van HENDRIK VIII.

Zij was de eenige van zijne vrouwen die de koning den tijd liet hem tot weduwnaar te maken, want zij stierf reeds op den 12den October 1537, twaalf dagen nadat zij eenen opvolger op den troon ter wereld gebragt had. Over de drie laatste vrou- wen van HENDRIK VIII kunnen wij kort zijn. Zij waren zon- der eenige staatkundige beteekenis zelfs in de gevolgen niet daar geene van drieën kinderen had. De eerste ANNA VAN KLEEF verstiet HENDRIK in 1540, wijl zij hem mishaagde; de tweede, CATHARINA HOWARD, liet hij in 1541 onthoofden, wijl zij hem ontrouw geweest zou zijn; de laatste van allen, CATHA- RINA PARR, had het geluk hem te overleven.

De zoon van JANE SEYMOUR telde, toen hij op den 28sten Januarij 1547 onder dan naam van EDUARD VI koning werd, weinig meer dan elf jaren. Dat zijne regering gevolgelijk een tijd van partijschappen zijn moest, spreekt van zelf. Aan eer-gierige edelen was in Engeland geen gebrek en allen wilden be-heerscher van den jongen vorst zijn. Die heerschappij verbleef ten laatste dubbel door bloed gekocht aan den graaf van WAR-WICK, die tot hertog van Northumberland verheven en bij den jongen koning zoo goed als alvermogend werd.

Zijn invloed hoe groot die ook was rustte intusschen op een zandgrond, op het leven des konings. Stierf EDUARD dan was de val van WARWICK zeker, en de dood van den zwakken ko-