LADY JANE GRAY.
Gelijk er soms tusschen twee donkere wolken eene enkele heldere ster aan den hemel staat, zoo staat in de geschiedenis dikwijls eene enkele lichte gedaante tusschen twee donkere tijd-vlakken. Zulk eene is lady JANE GRAY tusschen de bloedige rege-ring van HENDRIK VIII van Engeland en van zijne oudste doch- ter de eerste MARIA.
Naast haar zien wij aan den eenen kant den jongen koning EDUARD VI, wiens hand haar de kroon op het hoofd drukt, en GUILFORD DUDLEY, de echtgenoot harer jeugd die haar voor-uitgaat naar den hemel, waar zij de tweede kroon, de onver-gankelijke der onschuldig vermoordden, zal ontvangen.
HENDRIK VIII, de blaauwbaard niet slechts van de Engel- sche maar van de geheele geschiedenis, is door veelvuldige le-vensschetsen zoo bekend geworden, dat het hier zekerlijk over-tollig is uitvoerig over hem en zijne zes vrouwen te spreken. Doch om goed te begrijpen hoe het kwam dat EDUARD VI de troonsopvolging veranderen kon en daardoor zijne jonge bloed-verwante eenen vroegen dood bereidde, in plaats van, zoo als hij gehoopt had, een lang en gelukkig leven, moet men naauw-keurig de verhouding kennen waarin hij zich tot zijne zusters MARIA en ELIZABETH, zoowel als tot lady JANE GRAY bevond.
Zoodra HENDRIK VIII bij den dood zijns vaders HENDRIK VII de troon van Engeland beklommen had, trouwde hij met de weduwe van zijnen bijna nog als kind gestorvenen broeder ARTHUR, de Spaansche prinses CATHARINA. Lange jaren kon deze echt voor gelukkig doorgaan, ofschoon CATHARINA ouder was dan HENDRIK, en er van al hare kinderen slechts de op den 8sten Februarij geborene prinses MARIA in het leven bleef. Eerst toen HENDRIK verliefd werd op eene hofdame van CATHA-RINA, ANNA BOLEYN, begon de edele, ernstige Spaansche hem lastig te worden. Zijn geweten ontwaakte zooals hij verzekerde, en kwelde hem bitter wegens de zonde die hij begaan had door de weduwe van zijnen broeder te trouwen. De kerk wilde die late gewetenswroeginen niet erkennen; maar zij plaagden den