DE BANKNOOT. 163
heer DEBRAY ontslagen zijn geweest. Zij verontschuldigde zich wegens tijdsgebrek. Geen enkel geschikt uur had zij, naar haar zeggen, meer beschikbaar; in ’t kort, zij wist niet meer wat zij zeggen zou en scheen als stamelende te bidden: verschoon mij toch. Hij echter had menschenkennis genoeg om daarin niets anders te zien dan de bede: dwing mij toch niet om u terug te zien; uwe tegenwoordigheid is mij pijnlijk!
De edelmoedige en onbaatzuchtige bedoelingen van den heer Debray zouden voorzeker niet ontmoedigd zijn geworden door eene blinde en onberedeneerde weigering. Het was niet voor het eerst dat hij gelegenheid had gehad om op te merken, dat de mensch vaak tegenstribbelt, waar hem eene gelukkige lotwis-seling wordt aangeboden, terwijl hij als met hollende vaart in zijn ongeluk loopt. Maar het binnentreden der moeder maakte de onderhandelingen met de dochter gemakkelijk. De weduwe had geen oog in de geheime beweegredenen harer dochter; zij was ingenomen met de beleefde manieren van den bezoeker, wien zij voor het eerst zag en die – zij wist niet beter – naar zij meende aan JULIËTTE geheel onbekend was. Zij hakte dus den knoop door met de opmerking, dat eene van hare leerlingen met het einde der maand vertrok, en dat JULIËTTE, dan althans, dat uur beschikbaar had ten behoeve van het dochtertje van den heer DEBRAY. JULIËTTE had nu geen uit- vlugt meer, en dit nog te minder, daar de vader van hare aanstaande leerlinge, als door eene geheime ingeving bestuurd, zijn aanzoek ondersteunde door de verklaring, dat hem mejuf-vrouw SIMON was aanbevolen door doctor NEGRIS, aan wien ook de kleine JEANNE hare herstelling te danken had.
JULIËTTE’S moeder greep met hooge ingenomenheid deze on-gezochte gelegenheid aan ten einde hare erkentelijkheid aan den arts en diens echtgenoote te doen blijken. Zij knoopte met den vreemden heer een gesprek aan, dat van het eene op het an- dere kwam. Naauwelijks was hij vertrokken of zij weidde breed uit over ’s mans uitgebreide kennis en edele gevoelens. Wat JULIËTTE betreft, zij was niet alleen veroordeeld om hem meer-malen te ontmoeten, – maar er lag nu een geheim tusschen haar en hem.