162 DE BANKNOOT.
geest vervulde, had hij met bedaardheid nagedacht over de voor- en nadeelen, en hij had niet toegegeven aan de op- wellingen zijner edelmoedigheid, dan na zich overtuigd te hebben dat hij aldus verstandig handelde.
Indien hij slechts een voorwendsel gezocht had voor een her-haald bezoek bij JULIËTTE zou het hem, gelijk wij zoo aan- stonds zien zullen, daaraan niet hebben ontbroken.
Hare gewaarwording bij het wederzien was, hij kon het dui-delijk bemerken, ver van aangenaam. Trouwens, sedert eenigen tijd had zij de pijnlijke gedachte aan dat voorval als verbannen uit hare herinnering, en zij hoopte, nimmer den man te zullen wederzien, die het haar zoo onmiddellijk herinnerde. Doch DE-BRAY scheen niets op te merken van eenen indruk, dien hij volmaakt begreep. Als gansch onverschillig sprak hij:
“Mejufvrouw, na u te hebben verlaten, heb ik er over ge- dacht, dat ik te uwen aanzien iets heb verzuimd. Vergun mij dat te herstellen. Gij hebt voorzeker tot het opsporen van den eigenaar der bewuste brieventas onkosten moeten maken, welke ik u behoor te vergoeden. Hoeveel bedraagt dat?”
“Het is mij onmogelijk,” antwoordde JULIËTTE levendig, “u dat op te geven.”
Hij zag haar verwonderd aan; zij kleurde tot over de ooren en voegde er bij:
“Ik weet het nog niet.”
Twee gedachten kwamen in dat oogenblik bij het meisje op: zij had den doctor nog niet naar de onkosten der advertentie gevraagd; en haar ontwijkend antwoordt kwam haar te staan op het pijnlijke, dat de eigenaar der brieventas nog eens terug zou komen om er naar te vragen.
En juist antwoordde hij: “ik zal dan zoo vrij zijn om er naar te komen vernemen, als gij het zelve weet.”
Doch hij haastte zich er bij te voegen: “heden echter heeft mijn bezoek een ander doel. Ik wilde u verzoeken om de toe-zegging van onderwijs te willen geven aan mijn dochtertje, die goed lees en schrijft; ze kent ook reeds de beginselen van de taal en het rekenen, en ik wilde haar les op de piano laten geven.”
JULIËTTE zou veel liever van alle verdere aanraking met den