De Gracieuse 1862 | Page 160

152 DE KATUIL.

klaauwen: hij heeft geen genade te wachten, men zal hem doo-den zonder het geringste medelijden. Niet dat hij als wild een begeerlijke buit is; men beschouwt hem als een vijand, als een dier dat boosaardig is en vervloekt. De pachter, de landman zelfs, zal, waar hij een katuil kan verrassen, voor die gelegen-heid voor jager spelen, hij haalt zijn geweer en velt den vogel, om hem met uitgetrekte vleugels vast te spijkeren op de groote deur zijner schuur als trophee, of als een voorbeeld van geregte straf.

Wij ondernemen het niet den katuil geheel weêr in gunst te brengen; daarin zouden wij voorzeker niet slagen, maar toch willen wij de omstandigheden bepleiten die in zijn voordeel spreken.

Eerstens, wat men ook zeggen moge, noemen wij hem een schoonen vogel: zijn deftig uitzigt, zijn ernstige en denkende blik, zijn rustige vlugt, zijn stemmig gewaad, waarin alle half-tinten, alle doffe of sombere kleuren vereenigd zijn, zijne stem zelfs, zijn eene schoone overeenstemming met den tijd en de plaats die de schapper der natuur hem ter beheersching afstond. Bedenken wij dat de Grieken, wie toch wel niemand in zake van schoonheidsgevoel van ketterij zal betichten, hem kozen als attribuut van Minerva.

Ten andere zijn de katuilen onze belangstelling dubbel waar-dig door hunne huisslijke deugden, hunne huwelijkstrouw en vooral hunne voorbeeldige gehechtheid aan hunne jongen. Men heeft opgemerkt dat deze vogels, die op gewone tijden zich vrij gemakkelijk schrikken in gevangenschap, letterlijk onhandelbaar zijn als men ze vangt in den broeitijd; zij blijven wild en schuw, neergedrukt door hunne smart en eindigen met te sterven. De heer MOQUIN-TANDON vertelt hoe men op zekeren dag een nest ontdekte in eene muurkloof, het vrouwtje er uitnam en de jon- gen achterliet; het mannetje hield vol deze te voeden, met ver-dubbelden ijver en als het ware boven zijne krachten gaande om alleen te voorzien in hunne behoeften.

Maar het gevangen wijfje, van de haren beroofd, weigerde alle voedsel; zij was op het punt om van honger te sterven, toen men besloot haar terug te brengen in het nest, nadat men het mannetje had weggenomen. Ook deze wilde niet eten, en om hem in het leven te houden was men evenzoo verpligt hem