150 CONSTANCE CHORLEY.
keerde zij terug tot den knaap, en neerhurkende, deed zij hem op haren rug klauteren, terwijl zij zeide – Daar is nu de hit al gekomen!” ’t welk DUKE zoo opvrolijkte, dat hij al het leed van den dag vergat en zijn zuster verzocht eens even te wach- ten, wat zij deed terwijl hij een langen stekeling braamstruik opzocht om als zweep te gebruiken; en lagchend gingen zij toen te water de een tot den ander zeggende –
“Gij zult mij immers niet laten vallen, CONSTANCE?”
“Gij zult immers heel stil zitten en mij niet laten duikelen, Duke?”
Zóó bragt zij hem aan de overzijde en zij zetten zich daar neder, terwijl zij hare kleederen uitspreidde om in het warme zonnetje te droogen en een zak met koekjes te voorschijn haalde, die de klaagster over “slechte tijden” haar in handen had gestopt, toen zij den winkel verlieten, juist terwijl CONSTANCE bedacht wat zij toch wel koopen zou om onder weg te eten.
“Kijk eens die sleutelbloemen, CONSTANCE!”
“Ja, en ’t zou mij niet verwonderen, als gij wat verder op, daar waar het gras zoo welig den grond al bedekt, ook al viooltjes vondt staan.”
De knaap snelde heen, zeggende –
“Misschien ook, vind ik er wat goeds voor ons beestje.”
Arme vogel! Haast had CONSTANCE hem vergeten bij al de angsten van dien dag. Zij nam nu den zakdoek weg dien zij zoo zorgvuldig over het mandje had gebonden, om hem te be-veiligen tegen den wind en tegen het gezigt van zooveel vreemde menschen en zaken. De vogel scheen haar niet met zijne gewone levendigheid te begroeten; hij keek haar alleen aan en trilde. Zij hield hem een klontje suiker voor maar hij wilde er niet van eten. Zij wierp hem een paar kruimels beschuit toe en hij begon die op te pikken, maar al spoedig hield hij op, als ware hij niet hongerig. Toch schenen hare stem, de zon en de fris- sche lucht hem goed te doen en zij droeg het mandje naar een warm hoekje tusschen de struiken. Daar kwam MARMADUKE aan-loopen met den uitroep –
“Hier zijn ze!” en hij wierp zijne zuster een handvol sleu-telbloemen en viooltjes in den schoot. Maar naauwelijks had hij