CONSTANCE CHORLEY. 149
nog zouden hebben. Terwijl zij hiermede bezig was hoorde zij de takken achter hen kraken, en, opziende, ontmoette zij het gelaat van een man – een achterblijver van de voorbijgetrok- kene soldaten. Met de eene hand hare beurs omvattende, greep zij met de andere MARMADUKE bij den schouder en stond toen angstig zwijgend den vreemdeling aan te staren. Maar de man knikte alleen en zeide. – Wel, ik wenschte zoo goed bij kas te zijn als gij; schiet er geen kleinigheid over voor een armen drommel?
Beide stem en gelaat van den man boezemden CONSTANCE wantrouwen in, maar zij dacht het best om met een glimlach te antwoorden.
“Nu, goeden dag,” zeide hij; en CONSTANCE hoorde met vreugde hoe de doode takken kraakten onder zijne voetstappen terwijl hij zich haastig verwijderde en terugsprong op den straat-weg om zijne kameraden in te halen.
Een oogenblik later spoedden ook de kinderen van daar. Weldra kwamen zij aan eene doorwaadbare plaats, met half weggebrokkelde steenen, die eenmaal tot voetpad gediend had-den, maar nu daartoe sedert lang niet meer schenen gebruikt te worden, want verscheidene waren gebroken of ontbraken ge-heel op sommige plaatsen. Maar het water was bijzonder helder en doorschijnend, en zij konden zoo duidelijk als door glas den rotsachtigen bodem zien, zoodat DUKE alras uitriep –
“O, CONSTANCE, kijk – kijk – kijk – een visch – daar! nu schuilt hij achter dien steen. O ’t is zoo’n groote! Waarom heb ik er ook niet aan gedacht om mijn hengel meê te nemen?”
CONSTANCE hield het voor veiliger den overtogt door het wa- ter te maken, en, na een scherpen blik om zich heen, trok zij kousen en schoenen uit, en bond hare kleederen om de lenden bijeen, opdat die toch niet nat zouden worden al kwam het wa- ter haar tot boven de knieën. Toen, terwijl zij DUKE beval te blijven wachten, stapte zij in het water en schoon zij een paar malen struikelde en dieper zonk dan haar lief was, kwam zij veilig aan den overkant, en leidde schoenen en kousen, hun bundeltje en de vogelkooi neder op eene kleine hoogte, waar zij de vriendelijke sleutelbloempjes reeds in vollen bloei zag. Daarna