De Gracieuse 1862 | Page 154

146 CONSTANCE CHORLEY.

altijd met een voorkomen van gerustheid en zaakkennis, eene list die zij gebruikte om de menschen te doen gelooven, dat zij heel goed wist wat zij deed, en dat voor haar die reis niets buitengewoons of ontrustends had. Daar zij ouder scheen dan zij was, viel haar dit meestal niet moeijelijk; en, hoewel de menschen nieuwsgierig schenen en met elkaar over de kleine reizigers spraken zelfs in hunne tegenwoordigheid, toch hield niemand hen staande of scheen zelfs het denkbeels te hebben dat men dit zou behooren te doen.

Toch bleef zij bevreesd voor ondervragingen en al de moed der jeugdige ziel was niet altijd in staat een blos terug te drin- gen, als zij zag dat men op het punt was haar toe te spreken.

Soms echter was zij nog angstiger over het gedrag van lie- den, die hen bijzonder schenen op te letten, stilstonden als zij voorbijgingen, hen lang bleven nakijken en toch geen enkel woord tot hen spraken. Eens ontmoetten zij een ruiter, die op die wijze handelde en eerst na hen geruimen tijd te hebben na-gestaard zijn paard weêr in beweging zette. CONSTANCE, die zorgvuldig vermeed om te kijken, luisterde angstig naar het ge-luid van het zich verwijderende dier; zij hoorde het eindelijk met een diepen zuch van verligting en haastte zich voort, ter- wijl zij haar broeder die al zwaarder en zwaarder op haren arm begon te leunen bijna geheel ophief van den grond in haren ongeduldigen spoed. Eensklaps hoorde zij het getrappel ophou-den, toen weêr beginnen en nader komen – de ruiter was om-gekeerd. Haar hart dat zoo even bijna scheen stil te staan, klopte nu snel als de terugkeerende stappen; vaster en vaster drukte zij DUKE tegen zich aan, en een oogenblik later, wendde zij zich om als het wanhopige hert dat zijn jong zal verdedigen en zag den geheimzinnigen ruiter stijf in het gelaat. Hij kwam nader, nam haar op van hoofd tot voeten – terwijl zij als om hem te laten voorbijgaan aan eenen kant van den weg stond – glimlachte en wendde andermaal den teugel, zonder een enkel woord gesproken te hebben.

Eindelijk bereikten zij het dorpje, dat zij al zoo lang op een afstand gezien hadden. Beiden waren geheel uitgeput van vermoeidheid en honger. Zij veronderstelden dat het omstreeks