CONSTANCE CHORLEY. 139
stond zij, niet langer terugbevende voor hem of voor hare ei- gene gedachten, maar als beschermster van haren broeder zooals eene moeder hem zou beschermd hebben tegen eenig gevaarlijk dier. Ja – hij zag de uitdrukking van haar gelaat, van haar oog – en hij sidderde en zou haar gevloekt hebben, had hij er den moed toe gehad. Maar zij was gewapend met een ge-vaarlijk, doodelijk wapen. Wat moest hij doen? geheel versla-gen, buiten staat een woord uit te brengen, begon de ongeluk- kige te weenen, en ach! ook de kinderen schreiden. Droevig drietal!
“Kom, CONSTANCE, ik zal u als eene vrouw behandelen. Gij zult uw zin hebben; ik wil u niet volgen of lastig vallen. Maar laat mij DUKE; ik word oud en kan niet beroofd zijn van beide mijne kinderen. Ik kan hem niet missen.”
“Gij moet, vader!”
“Waarom, in ’s Hemels naam?”
“Omdat het Gods wil is. Gij zult hem slecht maken, vader! Dood mij! dood mij, als gij dat wilt, maar ik moet het uit- spreken, en God zal u straffen als gij zoo doet! O, vader! was het niet God die u eene waarschuwing zond in het uiterste oogenblik? – die belette dat DUKE omkwam in de –”
“CONSTANCE,” fluisterde op smeekenden toon de schuldige man, terwijl een doodelijk bleek zijn gelaat overtoog.
“Ja, vader, ik begrijp. Kunnen wij dan ongestoord verder gaan?”
“Hebt gij vast besloten om – om –”
“Ja, vader!”
DANIËL CHORLEY wendde zich af en bedekte het gelaat met beide handen. Waartoe was hij gebracht? – hoe stond hij daar voor zijne eigene kinderen? – en toch, geene redding was mo-gelijk. Plotseling echter zeide hij tot het kind.
“Komt dan beiden met mij terug, en ik zal de geheele waar-heid zeggen en aan dit allen een einde maken.”
“O, vader, zult gij? – zult gij dat waarlijk?”
“Ik zal.”
“En dan later mij vergiffenis schenken? O, vader!” en het kind was op het punt zich in zijn armen te werpen, toen de