D E C L A I R V O Y A N T E.
Eene koele regendag, zooals Junij en Julij dit jaar er zoo ve- len bragten, tot groote teleurstelling zeker van alle reizigers, vereenigde de meeste gasten der kleine badplaats B. in de ge-zelschapszaal. Eenige oudere heeren schikten zich tot het kaart-spel, het verdere gezelschap zocht zich den tijd te korten, zoo goed dat gaan wilde – en het ging goed, want gelukkig waren er veel elementen bijeen tot een vrolijk en levendig onderhoud. Maar ook de geestigste mensch kan wel eens niet op dreef zijn, vooral bij regenachtig weder op eene badplaats, waar alle uitspanningen op zonneschijn berekend zijn; en zoo dreigde er ook hier, nadat men gezelschapsspelen gespeeld, gedanst, mu-ziek gemaakt en misschien ten slotte ook wel wat geheled had, eene onaangename pauze te zullen aanvangen, toen eene jonge dame optrad met het stoute beweren, dat zij ieder, die haar in het naaste vertrek volgen wilde, binnen weinige minuten hel-derziende kon maken. De ingewijde zou haar door de gesloten deur heen op hare vragen alles vertellen, wat in de zaal gebeurde, wier muren hem doorschijnend als kristal zouden geworden zijn.
Ik heb nooit veel opgehad met tafeldans of klopgeesten, en altijd zoo mijne bijzondere gedachten gehad over somnambulen en wonderkinderen; en zoo bestreed ik dan tamelijk levendig de mogelijkheid van zulk eene kunst, al werd die dan ook slechts als uitspanning aangewend. De jonge toovenaarster liet zich door mijne tegenwerpingen echter niet van haar stuk brengen; maar daagde mij, als de ongeloovigste, het eerste uit om de kracht harer tooverroede te beproeven. Juichend steunde het gezelschap daarmede in, en half met geweld bragt zij mij naar het naaste vertrek, nadat zij den overigen vooral bevolen had zich rustig te houden, opdat niets de werking van het tooverkrachtige flui-dum zou verstoren.
Hierop reikte zij mij een blad papier, waarop allerlei woorden en getallen stonden, fluisterde mij eenige ophelderingen toe – en ziet, de ongeloovige Thomas was bekeerd – ik was clair-voyante geworden en moest, toen de toovenaarster het vertrek verlaten en de deur achter zich gesloten had, op hare luid en