126 DE CLAIRVOYANTE.
duidelijk uitgesproken vraag: “zijt gij thans helderziende?” naar waarheid antwoorden:
“Ja, ik ben het.”
“En waarin bestond die betoovering?” vragen mijne lezeres-sen. Overtuigd dat haar daardoor eene bron tot aangename uit-spanning geopend wordt ben ik gereed haar deze te doen ken-nen, op gevaar af van eene onbescheidenheid te begaan. De, op bijgevoegde Tabel onder de rubriek “Sleutel” staande volzin-nen, welke eenigzins geschikt kunnen worden te pas gebragt bij iedere toespraak, strekken om eene beteekenis te geven aan de getallen, kleuren, namen, enz. die onder de andere rubrie- ken staan. “Ziet gij?” is eensluidend met 1, wit, hout enz. “Thans” met 2, zwart, steen, en zoo verder tot “Ik ver- zoek u” hetwelk nul, violet, lood enz. beteekent. Zamengestelde getallen, beteekenissen en namen die een zamengesteld getal be-vatten, worden naar het aangegevene door dubbele spreekwijzen aangeduid. De moeijelijkste rol is die der vraagster, die den geheelen inhoud der tabel van buiten kennen en iedere vraag voorzigtig en gepast stellen moet, terwijl de clairvoyante alleen oplettendheid noodig heeft om den gehoorden volzin met hare tabel te vergelijken en de vraag juist te beantwoorden. Tot be- ter begrip laat ik voor mijne lezeressen eenige vragen en ant-woorden volgen. De vragende spreekt met opgeheven staf luid en duidelijk, opdat het in de naaste kamer goed gehoord worde: “Zijt gij thans helderziende?”
De gevraagde antwoordt evenzoo: “Ik ben volkomen helder-ziende.”
Vraag: Zult gij mijne vragen beantwoorden?
Antwoord: Ongetwijfeld.
Vr. Ziet gij welke kleur dit heeft?
Antw. Het is wit.
Vr. Weet gij ook den vorm.
Antw. Het is vierkant.
Vr. Noem den persoon, die een zakdoek in de hand neemt.
Antw. CONSTANCE.
Vr. Heb de goedheid mij te zeggen aan wien zij den doek overgeeft.