De Gracieuse 1862 | Page 132

124 PRUIKEN EN PRUIKMAKERS.

tevens uw barbier is, en tevens een man die u laat baden, dat hij mogelijk een afstammeling is van den grooten BINETTE, van den man die zeide: “ik beroof het hoofd der onderdanen om er dat van den vorst mede te bedekken;” dat gij u misschien in den winkel bevindt van maître ANDRÉ pruikemaker en verze-maker in den smaak van de volgenden:

En tel état que j’aille, à pied comme en carosse,

Il m’en souviendra du – premier jour de mes noces.

Verbeeld u eens dat, terwijl gij u laat kappen en scheren, gij spreken hoort over het nieuwste werk van Diderot of van D’ALEMBERT, of zelfs over het artikel van de Encyclopédie over de pruiken, of over de laatste stoutmoedigheden van VOL-TAIRE; en vergelijk dan, als gij durft, den winkel van den pruik-maker der achttiende eeuw met dien van den coiffeur der ne-gentiende. FIGARO is dood, zijn kleinzoon heeft zijn geest niet, hij scheert den baard, snijdt het haar, kapt naar de mode, en weet een naturelletje op tule te maken, maar de menschen be-waren hun haar tegenwoordig zoolang mogelijk. De kunst van pruikmaken sterft bij ons uit onder met maken van valsche krullen en valsche vlechten ten dienste der dames.

De zedigheid is voor de deugd, wat een sluijer is voor de schoonheid: zij verhoogt haren glans.

Lord CHESTERFIELD.

Er zijn drie soorten van onwetendheid: niets te weten, slecht te weten wat men weet, en andere zaken te weten dan men behoort. DUCLOS.

De goedheid heeft hare schoonheid, die zelfs het leelijkste gelaat innemend maakt.

Wat wij willen schijnen bewijst wel, dat wij zeer goed weten wat wij behooren te zijn. BOUGEART.