LAGER ONDERWIJS IN DENEMARKEN. 117
Hooren wij wat een man van talent en gevoel, de heer DAR-GAUD, die eenigen tijd in Denemarken doorgebragt heeft, van de beschaving van dat land zegt:
“De rijkdom is slechts eene der takken van de beschaving in Denemarken, zij is niet de geheele beschaving, het lijkt er niet naar. De beschaving van Denemarken is ook zijne kennis; eene algemeene kennis die haar licht verspreidt zelfs in de stroohut van den boer, en die zoowel landbouw, aardrijkskunde, geschie-denis en rekenkunde, als praktische wijsbegeerte omvat. De be-schaving van dat land is zelfs nog meer: zij is het instinct van de nationale eer, de zucht naar vrijheid, naar waardigheid, het streven naar dapperheid te land en te zee, en eindelijk het ge- loof aan den Bijbel, het boek van elke huiskamer, het boek dat het geheele volk godsdienstig maakt, zijn geweten wakker houdt en het zedelijke gevoel onder alle daken ontwikkelt.”
“Zoodanig is de beschaving van Denemarken. Zij is zeer groot; zij is grooter dan die van het bijgeloovige Spanje en Italië; grooter dan die van Frankrijk, waar de onwetendheid de edel- ste poginen belet; grooter dan die van Engeland, waar de hoogste klassen te verhard zijn door de opstapeling van het geld, en waar de laagsten te veel bedorven zijn door de ondeugden der armoede.”
Zulke waarheden zijn voor vele lieden onaangenaam. Ook voor ons volk zijn zij niet plezierig te hooren. Immers, bij ons is geen verpligt schoolgaan; wij Nederlanders mogen onze kin-deren opvoeden als heidens en Turken als wij zulks verkiezen – en dat moet den naam van vrijheid dragen! Maar toch is het goed eens te vertellen hoe het bij andere volken is: misschien dat wij daardoor eens genoopt worden den zelfden weg in te slaan. Het is hiermede als met een bedorven kindje. Heb den moed tegen zijne moeder te zeggen dat het niet het schoonste, het geestigste, het geleerdste, het braafste kind der geheele we-reld is, en kijk eens met welke oogen zij u aanziet. Het kind vindt dat zijne moeder gelijk heeft en dat gij er niets van weet. Maar als gij het kind en zijne moeder liefhebt, is het uw pligt te zeggen dat men met eene dergelijke verblinding zich slechts teleurstelling en ongeluk bereidt.