HET TOILET VAN DE BRUID IN NOORWEGEN. 115
met de bruid, door eene soort van wals in langzame maat. De speelnootjes der bruid wachten den avond af om de bruid weg te voeren en haar naar haren man te geleiden. Maar de pret houdt met éénen dag niet op: in het Noorden houdt men van lange familiefeesten, eene bruiloft duurt niet zelden tot vrijdag. De muziekant moet door zijne gesprekken, liedjes en muziek het gezelschap vermaken; hij mag alles zeggen wat hij wil en men neemt hem niets kwalijk. Maandags geeft de jonge vrouw aan alle gasten een klein geschenk van linten, garen, bloemen enz. in verhouding tot de geschenken die zij ontvangen heeft. De jonge lieden zijn daar echter niet bij tegenwoordig, zij zijn in het bosch waar zij een grooten spar vellen, dien zij tot op de werf slepen en daar oprigten: de jonge man zelf bestuurt dat werk en schenkt brandewijn aan de arbeiders. Een of twee dagen later zullen zij den jongen echtgenoot opnemen, zooals zij den spar opgenomen hebben en brengen hem naar zijne vrouw. Op den laatsten dag van het feest komt er een keukenjongen in de feestzaal; onder dan arm houdt hij eene ledige braadpan en in de hand eene kraan: hij ziet er zoo droevig uit als een kellner die de reizigers moet wegzenden omdat hij niets meer in keuken of kelder heeft. De gasten verstaan dat stomme maar wel-sprekende afscheid, en keeren naar hunne woningen terug. Wat de kroon van de bruid betreft, zij wordt naar de kerk terug-gebragt om voor eene volgende bruid te dienen, en de glazen parelen en de edelgesteenten van glas worden voor goed ach- ter slot gezet.
DE ZES MAALTIJDEN EN HET LAGER ONDERWIJS IN DENEMARKEN.
Zelfs in de armste hut in December houdt men elken dag zes maaltijden.
De eerste is ’s morgens te vijf uur: hij bestaat gewoonlijk uit bierpap en gebakken spek.