114 HET TOILET VAN DE BRUID IN NOORWEGEN.
de orde waarin men naar de kerk zal gaan, geregeld. Eerst de koster met een stok of eene zweep in de hand, vervolgens de muziekanten, dan de bruidegom in feestgewaad met de voor-naamsten zijner bloedverwanten naast zich, of wel vergezeld van den veldwachter; voorts de vrienden van den bruidegom, daarna acht of tien vriendinnen van de bruid, gekleed in eene groene japon, een zwart lijfje, vele strengen glazen parelen om den hals, eene menigte ringen om de vingers, de haren in eene lange losse vlecht over den rug, getooid met zijden linten van alle mogelijke kleuren en met zilveren of gouden randen. Na die bruidsmeisjes komst de bruid in haren zonderlingen op-schik, vergezeld door de notabelsten harer bloedverwanten, en vervolgens de geheele troep vrienden en genoodigden. Na afloop van de plegtigheid in de kerk gaat de optogt in de vroegere orde naar het huis waar de bruiloft gehouden zal worden. Op den drempel van dat huis wordt de stoet ontvangen door twee vrouwen: de eene is de moeder van den bruidegom of van de bruid, de andere de voornaamste keukenmeid. De eerste geleidt de gasten in het feestvertrek; de tweede maakt zich van de bruid meester, brengt haar in de keuken en laat haar van alle schotels proeven. Is dit eene zinspeling op hare huishoudelijke pligten? Is het een eerbewijs? Is het een oud gebruik door het eene of andere bijgeloof gewettigd? Daarna komt de bruid weer bij de gasten en neemt aan tafel plaats tusschen haar man en den predikant terwijl ook den veldwachter eene eereplaats wordt aangewezen. Tegen het laatst van den maaltijd doet de predikant een toepasselijke aanspraak, en daarna gaat de jonge vrouw, geleid door den veldwachter en een muziekant de tafel rond: zij presenteert aan elken gast een zilveren beker met krachtig bier gevuld. Elke gast ledigt hem en zet hem weder op een blaadje dat door den veldwachter gedragen wordt: hij zegt fluis-terend aan den veldwachter wat hij van plan is bij te dragen tot oprigting van de huishouding der jonge lieden, en de veld-wachter verkondigt met luide stem wat hij vernomen heeft. Gedurende dien tijd speelt de muziekant een op het geven van geschenken toepasselijk air.
Na den maaltijd begint de dans: de predikant opent het bal