De Gracieuse 1862 | страница 119

CONSTANCE CHORLEY. 111

af; en de kat staakte hare bespiegelingen, geeuwde en rekte zich uit, terwijl CONSTANCE naar de kast ging om een klontje suiker dat zij tusschen de tralies van de kooi stak. Zij kon het niet laten het deurtje te openen om voor de laatste maal langs de veertjes van het lieve dier te strijken.

“Arm stumpertje! wie zal u voeden als ik weg ben?” fluisterde zij, toen de vogel op hare hand huppelde. “Maar ik zal u niet verlaten. Wij zullen zamen gaan – elk zijns weegs. Kom hierin en gij zult vrij zijn zoodra het daglicht terugkeert.” Zij plaatste den vogel voorzigtig in het ledige mandje dat zij aan den arm had, tot berging van wat zij aan voorraad zou te koopen heb- ben op de lange geheimzinnige reis die zij zich voornam. “Goe-den dag, poesje! ik weet dat gij veilig zijt. U zal men niet laten verhongeren, want gij zijt noodig voor de muizen. Goe- den dag.”

Nogmaals keek zij rond, maar hare betraande oogen onder-scheidden niets meer; en toen, zich omkeerende, nam zij het pak op van de vloermat, en trad den stoep af van het huis dat zij nimmers weêr zou betreden.

Haar briefje werd den heer DANIËL CHORLEY overhandigd, juist toen hij zijnen dank zou uitspreken voor de hem bewezen eer. Hij kende de hand, en in elk ander geval zou hij getroffen en ontrust zijn geworden, maar hij had besloten dat niets hem in dat roemvolle gewigtige oogenblik zou storen; en daarom stak hij het in den zak, overdacht zijne toespraak, en sprak toen met meer welsprekendheid dan ooit.

Ieder gevoelde dat de “oude heer” zijne verwachting over-troffen had, en toch was die verwachting groot geweest. En zoo werd het briefje vergeten tot hij t’huis kwam, en aan de deur had geklopt zonder antwoord te krijgen. Eerst was hij nieuws-gierig waarmede CONSTANCE toch wel zou bezig zijn – en daarna pas herinnerde hij zich haar schrijven. Haastig las hij nu onder de gaslantaarn het bevlekte epistel:

“Lieve vader! – Vaarwel. De sleutel is bij buurvrouw KING. Bid God, vader, en Hij zal u zegenen, zooals Hij mij gezegend heeft, en Hij zal u zeggen hoe te handelen, zooals Hij mij ge- zegd heeft. Schrijf mij nooit meer. Gij kunt mij immer nooit