De Gracieuse 1862 | Page 112

104 CONSTANCE CHORLEY.

“Vader, ik zou gaarne met u willen spreken.”

Maar op dat oogenblik herinnerde zich DANIËL CHORLEY dat hij eene zeer dringende uitnoodiging had voor dien avond, en dat hij, zonder eene minuut te verliezen, naar boven moest om zich te kleeden. Hij werd teruggehouden door het doordringende en aanhoudende geroep van. – “Vader! vader! vader!” dat hem achtervolgde.

“Wel! wat een plaag is mij dat kind! Nu dan, CONSTANCE,” zeidde hij, zeer ontstemd terugkomende.

“Vader, gij zeidet mij dat die man u niets betalen zou voor de schade van den brand.”

“Natuurlijk niet. Hij betaalt niet, maar de maatschappij. Gij begrijpt die dingen niet, CONSTANCE.”

“Vader, ik vrees van ja. Gij zult dan eene groote som geld ontvangen?”

“en wat zou dat? De maatschappij is daartoe bereid,”

“Weet de maatschappij, vader, dat gij zelf uw huis in brand staakt?”

Welk een vreeselijke kracht ligt er soms in de eenvoudigste woorden. Ik geloof niet dat ooit iemand den heer CHORLEY werkelijk driftig zag. Daartoe was hij te deftig, te fatsoenlijk. Hij mogt u wonden met het scherpe mes van den bittersten spot, en dan door zijne verfijnde vriendelijkheid die wond doen steken en branden, maar dat alles geschiedde op eene bedaarde rustige wijs, die nog eerbied vroeg voor de vormen, ook al kromp het slagtoffer ineen onder zijne marteling. Het was treu- rig dat de woorden van een kind – en wel die van zijn eigen kind – de eersten moesten zijn om zulk eene benijdenswaardige gemoedsstemming te verstoren. Een oogenblik gloeide zijn gelaat van toorn; toen, terwijl zijne knieën knikten en zijne blikken sidderend rondstaarden of daar niemand tegenwoordig was, stortte hij voorwaarts; zijne handen omvatten de schouders van het kind en drukten die toteen, tot zij gilde.

“Vader! vader! o dood mij niet!”

“Stil, zeg ik – stil! Spreek die woorden nog eenmaal uit, zoo lang gij leeft, en . . . .”

Het kind zag in zijne blikken en zijn gelaat al wat hij aar-