102 CONSTANCE CHORLEY.
goedheid niet misplaatst zijn. Men kan niet te veel goeds zeg- gen van het gedrag van den heer DANIËL CHORLEY.”
Deze regels geschreven hebbende, overhandigde hij het papier aan dien waardigen heer, die las en toen de oogen afveegde met een fijnen sneeuwwitten batisten zakdoek – nog eene van de deftige maar onschuldige gewoonten van weelde van den heer CHORLEY. Daarna sprak hij op zachten, droefgeestigen toon:
“De som is dan – buiten de rekening der werklieden – Negen en vijftig pond, tien shilling en zes stuivers.”
“Wel, Mijnheer ROWBOTHAM, ik kan u wel niet regtstreeks dank zeggen, want uw eerste pligt is die van uw ambt; maar ik zeg dat het aangenaam is in zulke zaken te doen te hebben met een welopgevoed man. Meer zeg ik niet!”
In elk geval had hij niets doeltreffender kunnen zeggen. De agent was een man van geringe afkomst, zonder opvoeding wien het in het geldelijke medeliep en die er aan begon te denken een stap voorwaarts te doen op den maatschappelijken ladder, zoodat het denkbeeld van een welopgevoed man te worden ge-acht hem bijzonder aanlachte. De rookwolkjes der verbeelding stegen hem in de hersenen en dwarrelden daar rond met een even aangenaam gevoel van kitteling, als de geur der koffij reeds op zijne zinnen had uitgeoefend.
“Gij zijt eene eer van de stad, mijnheer – eene eer van de menschheid!” Dit waren de laatste woorden van den agent, toen hij, twee uren later, na het ledigen van een tweede glas grog, den heer CHORLEY aan de voordeur de hand schudde.
Maar de heer CHORLEY, al begreep hij zeer goed dat de gast-vrije ontvangst van grooten invloed was geweest op de meening van den agent, dacht over het geheel niet minder gunstig van zichzelven. Sluimerden daar niet in zijn boezem ongekende schat-ten van deugd en regtvaardigheid? Niemand toch dan hij wist, hoe gemakkelijk hij de cijfers van al die beschadigde zaken on-eindig veel hooger had kunnen stellen, en echter had hij gewei-gerd dit te doen. Hij moest vrij worden van die hatelijke ge- heime schuld, die hem al zoo lang had gedrukt, en dat bedrag gevonden hebbende, met nog eenige ponden daarboven (hij was gewoon onbekrompen te rekenen) wilde hij ook niets meer van