de bladeren even als die op de coiffure “Corinna” op een fluweelen beugel worden geschikt. De
afb. No. 28 geeft fluweelen bladeren op dezelfden wijze samengevoegd te zien, zij worden elk afzon-
derlijk volgens ons model uit de stof geknipt, met arabischen gom op stijf gaas geplakt, en
zijn aan de punt met een groote en eene kleine kraal die aan een stijven draad gere-
gen er als een grelots aanhangen, versierd. De hoogliggende aderen in elk blad
kan men er met een breinaald op de verkeerde zijde instrijken.
Afb. No. 29. Coiffure “Ceres.” De krans van witte rozen,
waaronder grassprieten met dauwdroppen bezaaid zijn ge-
mengd, rust op twee banden van fluweelen lint met klim-
opbladeren en bloempjes bedekt, welke bandeaux zich
een weinig voorbij den krans vereenigen, en als
een afzonderlijk eind lint 40 tot 50 d. lang
voortloopen. Men vindt de schikking van
deze bandeaux onder fig. 53 op het
Supplement bij dit nummer. Naar
dit knippatroon moet men een
gedeelte aaneen van zwarte
tulle, de stof dubbel geno-
men snijden, de dunne lijn geeft het midden aan; het middelste gedeelte
van de stof wordt er uitgeknipt, zoodat er nog slechts twee reepen stof
aan elkaar verbonden, overblijven, men legt er ijzerdraad omheen
en schikt er daarna de fluweelen linten van de vereischte breedte
op; het achterste lint, dat door het haar wordt gewonden en
verder los neerhangt, moet men zooveel langer nemen. Het
spreekt van zelf dat men in plaats van zwart fluweelen lint
ook gekleurd taffen lint of een breed goudgalon kan gebrui-
ken.
Garnituur voor kleedjes.
Afb. No. 30.
Dit garnituur is zoo elegant en maakt zulk een fraai
effect, dat de moeite aan de uitvoering besteed er
wel door beloond wordt. Het bestaat uit bou-
quetten, elk van drie bladeren. Deze worden al
naarmate de stof van het toilet-artikel dat men
er mede versieren wil dunner of dikker is,
en ook in overeenstemming met de kleur,
uit taf of fluweel in eene lichte en donkere
nuance of in zwart vervaardigd, in de
rondte wordt er een een weinig inge-
haald zwart of wit kantje omgezet, om
den rand loopt eene rij gouden, stalen
of waspaarlen, waardoor ook de ade-
ren gevormd worden; zij zijn met
stelen en ranken van zwarte of ge-
kleurde chenille, met kralen opge-
naaid verbonden. Men kan de bou-
quetten als men ze als garnituur
voor rokken wil gebruiken, een
weinig boven den rand van onde-
ren, hetzij als verzette vakjes of in eene recht loopende lijn er op leggen. Echarpes en dames-shawls worden er naarmate van de breedte met een of met drie bouquetten, alsdan verzet lig-gende, mede versiert. Wij moe-ten nog aanmerken dat het bij stoffen die gewasschen moeten worden raadzaam is, om het borduurwerk niet dadelijk op de stof van het kleedje, maar op een afzonderlijk lapje uittevoe-
ren, dat men dan langs de om-trekken uitknipt, en eer het kleedje gewasschen wordt er ligt
afgetarnd kan worden.
Patroon in application
voor een tafelkleed,
kussens enz.
Afb. No. 31.
Verscheidene onzer abonnées
hebben ons, door een vriendelijk
schrijven, haar verlangen te ken-
nen gegeven om een patroon in ap-
plication voor een tafelkleed, een
canapé- of rond voetkussen te mogen
ontvangen. De afb. No. 31 geeft hier-
voor een zeer goed patroon, het is zoo
geschikt dat her zoowel voor de twee
laatstgenoemde doeleinden, als ook voor
een stoel of het middelstuk van een tafel-
kleed kan gebruikt worden. Voor den rand
die bij het laatste behoort, konden wij in dit
nummer geen plaats vinden, wij zullen hem
echter in eene der eerstvolgende afleveringen
geven. Hoewel de kleur voor een kleed of voor
een kussen in overeenstemming met het ameu-
blement van de kamer moet zijn en daarom aan
den persoonlijken smaak van onze lezeressen wordt
overgelaten, willen wij toch eenige woorden aan de
uitvoering van het patroon wijden. De grondstof van
ons model bestaat uit donkerbruin wollen reps. De
vorm van het medaillon wordt aangegeven door bruin
zijden veterband (tusschentoon), dat er met een kruisnaad
van grijs zijde van dezelfde nuance op wordt genaaid; tus-
schen het medaillon in, zijn door zwart soutache, arabesken in
een grieksch patroon gevormd. De figuur in den vorm van eene
fransche lelie tusschen het medaillon in, wordt er hetzij met
groene taf in een tusschentoon op geappliqueerd, of kan ook door het
smalle veterband dat er omheen loopt worden weêrgegeven; dit laatste
van eene lichtbruine kleur wordt er met zilvergrijze zijde met den point
russe op gehecht, terwijl de
aderen op de figuur uit kettingste-
ken van groene zijde (tusschentoon)
bestaan. De slingers die evenwijdig met
de lijn binnen in de arabesken loopen,
bestaan uit licht groen zij-
den koord.
6 DE GRACIEUSE. [13 December 1865. 4e Jaargang.]
No. 31. Patroon in application voor een tafelkleed of iets dergelijks.
No. 32. Dobbelsteen als speldenkussen.
Verkleind.
No. 33. Haaksteek voor voetkleedjes en reisdekens,
tapijtjes enz.
Dobbelsteen als spelden-
kussen.
Afb. No. 32. Een lapje licht lilas taf, car-
ton, watten, eenige groote spelden.
Ten einde het effect van dezen dobbelsteen te verhoogen,
moeten de spelden er ook systematisch opgestoken worden. Ons
model is uit zes vierkante lapjes lilas taf, met watten gevuld en op car-
ton gespannen, samengesteld, de naden zijn met kleine witte en zwarte spel-
den bedekt, terwijl er op de zijkanten om de “oogen” van den dobbelsteen nate-
bootsen een grooter of kleiner getal spelden van 1 tot 6 opklimmende met groote rond koppen zijn geplaatst. Om zulk een dobbelsteen te vervaardigen moet men