De Gracieuse 13 December 1865 | Page 6

de bladeren even als die op de coiffure “Corinna” op een fluweelen beugel worden geschikt. De

afb. No. 28 geeft fluweelen bladeren op dezelfden wijze samengevoegd te zien, zij worden elk afzon-

derlijk volgens ons model uit de stof geknipt, met arabischen gom op stijf gaas geplakt, en

zijn aan de punt met een groote en eene kleine kraal die aan een stijven draad gere-

gen er als een grelots aanhangen, versierd. De hoogliggende aderen in elk blad

kan men er met een breinaald op de verkeerde zijde instrijken.

Afb. No. 29. CoiffureCeres.” De krans van witte rozen,

waaronder grassprieten met dauwdroppen bezaaid zijn ge-

mengd, rust op twee banden van fluweelen lint met klim-

opbladeren en bloempjes bedekt, welke bandeaux zich

een weinig voorbij den krans vereenigen, en als

een afzonderlijk eind lint 40 tot 50 d. lang

voortloopen. Men vindt de schikking van

deze bandeaux onder fig. 53 op het

Supplement bij dit nummer. Naar

dit knippatroon moet men een

gedeelte aaneen van zwarte

tulle, de stof dubbel geno-

men snijden, de dunne lijn geeft het midden aan; het middelste gedeelte

van de stof wordt er uitgeknipt, zoodat er nog slechts twee reepen stof

aan elkaar verbonden, overblijven, men legt er ijzerdraad omheen

en schikt er daarna de fluweelen linten van de vereischte breedte

op; het achterste lint, dat door het haar wordt gewonden en

verder los neerhangt, moet men zooveel langer nemen. Het

spreekt van zelf dat men in plaats van zwart fluweelen lint

ook gekleurd taffen lint of een breed goudgalon kan gebrui-

ken.

Garnituur voor kleedjes.

Afb. No. 30.

Dit garnituur is zoo elegant en maakt zulk een fraai

effect, dat de moeite aan de uitvoering besteed er

wel door beloond wordt. Het bestaat uit bou-

quetten, elk van drie bladeren. Deze worden al

naarmate de stof van het toilet-artikel dat men

er mede versieren wil dunner of dikker is,

en ook in overeenstemming met de kleur,

uit taf of fluweel in eene lichte en donkere

nuance of in zwart vervaardigd, in de

rondte wordt er een een weinig inge-

haald zwart of wit kantje omgezet, om

den rand loopt eene rij gouden, stalen

of waspaarlen, waardoor ook de ade-

ren gevormd worden; zij zijn met

stelen en ranken van zwarte of ge-

kleurde chenille, met kralen opge-

naaid verbonden. Men kan de bou-

quetten als men ze als garnituur

voor rokken wil gebruiken, een

weinig boven den rand van onde-

ren, hetzij als verzette vakjes of in eene recht loopende lijn er op leggen. Echarpes en dames-shawls worden er naarmate van de breedte met een of met drie bouquetten, alsdan verzet lig-gende, mede versiert. Wij moe-ten nog aanmerken dat het bij stoffen die gewasschen moeten worden raadzaam is, om het borduurwerk niet dadelijk op de stof van het kleedje, maar op een afzonderlijk lapje uittevoe-

ren, dat men dan langs de om-trekken uitknipt, en eer het kleedje gewasschen wordt er ligt

afgetarnd kan worden.

Patroon in application

voor een tafelkleed,

kussens enz.

Afb. No. 31.

Verscheidene onzer abonnées

hebben ons, door een vriendelijk

schrijven, haar verlangen te ken-

nen gegeven om een patroon in ap-

plication voor een tafelkleed, een

canapé- of rond voetkussen te mogen

ontvangen. De afb. No. 31 geeft hier-

voor een zeer goed patroon, het is zoo

geschikt dat her zoowel voor de twee

laatstgenoemde doeleinden, als ook voor

een stoel of het middelstuk van een tafel-

kleed kan gebruikt worden. Voor den rand

die bij het laatste behoort, konden wij in dit

nummer geen plaats vinden, wij zullen hem

echter in eene der eerstvolgende afleveringen

geven. Hoewel de kleur voor een kleed of voor

een kussen in overeenstemming met het ameu-

blement van de kamer moet zijn en daarom aan

den persoonlijken smaak van onze lezeressen wordt

overgelaten, willen wij toch eenige woorden aan de

uitvoering van het patroon wijden. De grondstof van

ons model bestaat uit donkerbruin wollen reps. De

vorm van het medaillon wordt aangegeven door bruin

zijden veterband (tusschentoon), dat er met een kruisnaad

van grijs zijde van dezelfde nuance op wordt genaaid; tus-

schen het medaillon in, zijn door zwart soutache, arabesken in

een grieksch patroon gevormd. De figuur in den vorm van eene

fransche lelie tusschen het medaillon in, wordt er hetzij met

groene taf in een tusschentoon op geappliqueerd, of kan ook door het

smalle veterband dat er omheen loopt worden weêrgegeven; dit laatste

van eene lichtbruine kleur wordt er met zilvergrijze zijde met den point

russe op gehecht, terwijl de

aderen op de figuur uit kettingste-

ken van groene zijde (tusschentoon)

bestaan. De slingers die evenwijdig met

de lijn binnen in de arabesken loopen,

bestaan uit licht groen zij-

den koord.

6 DE GRACIEUSE. [13 December 1865. 4e Jaargang.]

No. 31. Patroon in application voor een tafelkleed of iets dergelijks.

No. 32. Dobbelsteen als speldenkussen.

Verkleind.

No. 33. Haaksteek voor voetkleedjes en reisdekens,

tapijtjes enz.

Dobbelsteen als spelden-

kussen.

Afb. No. 32. Een lapje licht lilas taf, car-

ton, watten, eenige groote spelden.

Ten einde het effect van dezen dobbelsteen te verhoogen,

moeten de spelden er ook systematisch opgestoken worden. Ons

model is uit zes vierkante lapjes lilas taf, met watten gevuld en op car-

ton gespannen, samengesteld, de naden zijn met kleine witte en zwarte spel-

den bedekt, terwijl er op de zijkanten om de “oogen” van den dobbelsteen nate-

bootsen een grooter of kleiner getal spelden van 1 tot 6 opklimmende met groote rond koppen zijn geplaatst. Om zulk een dobbelsteen te vervaardigen moet men