BNL 2017-Special Duurzaamheid B&U | Página 21

SPECIAL DUURZAAMHEID | Februari 2017 | BOUWENDNL | 21
VERDUURZAMING IN DE BOUW VOLGENS DE TWEEDE KAMER | 3

“ SOMS EEN STAPJE OPZIJ, DAARNA TWEE STAPPEN VOORUIT”

ERIK RONNES
CDA-Kamerlid Erik Ronnes windt er geen doekjes om:“ Het is zeker noodzakelijk dat we een tandje bijschakelen. Wel komen er meteen vragen bij mij op:‘ Op welke manier’? En op welke termijn? Als je kijkt naar onze gebouwde omgeving, dan geldt zowel voor de koop- en de huurmarkt dat de marges – als ze er al zijn – heel klein zijn. Je ziet ook dat heel veel investeringen in energie zich nog niet direct uitbetalen. Het gaat dus om langetermijndenken.”
“ Als je naar de particuliere koopmarkt kijkt, dan zie je dat mensen niet bepaald het idee hebben om‘ eventjes een paar duizend euro af te tikken om die-of-die maatregel te nemen’. Dat komt ook uit onderzoek naar voren. Het besef van verduurzaming van je eigen huis, dat staat ergens ver weg. Als mensen hun woning willen verduurzamen, dan kijken ze toch naar‘ wat zijn de economische effecten, wat betekent het voor ons huishoudboekje?’ Op korte termijn betekent het eigenlijk nog heel weinig. En dan is er nog de onzekerheid van de saldering …”
“ Toch is er een andere kant. Het Energiebesparingsfonds bestaat al heel lang. Die berg geld die daar in zit, die komt maar niet op. Wij hebben een motie aangenomen gekregen om een soort versnelling te doen, zodat burgers makkelijker bij die pot terecht kunnen. Uiteindelijk is daar nog in het Belastingplan de 100 miljoen euro overheen gekomen. Een deel van die 100 miljoen wordt echt gebruikt om die motie handen en voeten te geven. De mensen kunnen ook echt bij dat geld. Maar daarmee heb je het nog niet! Daar zit vooral een rol voor de lokale overheid. Toen ik wethouder milieu was in Boxmeer, hebben we via regio-samenwerking als gemeenten samen een loket opgezet om mensen op dat gebied te helpen. Dan zou je eigenlijk een back-office moeten hebben, een link naar een centraal punt in Den Haag. Dat zie je nu ook gebeuren.”
" Het Energiebesparingsfonds bestaat al heel lang. Die berg geld die daar in zit, die komt maar niet op."
“ We zijn heel blij dat die motie van ons is aangenomen. En dat die er nu toe leidt dat dit in een versnelling komt. Energieneutrale nieuwbouw, daar worden de grote klappers gemaakt. Maar nieuwbouw is maar een deel van wat we in Nederland kennen. Veel mensen hebben gewoon een bestaande woning. Je ziet ook dat er flinke investeringen nodig zijn in de huurmarkt om die stap te kunnen maken. Een toegankelijk Energiebesparingsfonds zal daar bij helpen”
“ Gebouwgebonden financiering kan misschien helpen. Het is niet zo dat we daartegen zijn, maar we moeten het allemaal wel werkbaar houden. Het zit niet in de cultuur van de huidige markt. Je zegt eigenlijk‘ ik koop een huis en ik koop er ook een contract bij dat mijn voorganger heeft afgesloten. Of die omslag gaat lukken? Ik denk zeker dat het goed is om te experimenteren. Dat we gaan kijken hoe dat uitwerkt.”“ Naast de particuliere woningbezitter is er natuurlijk de huurmarkt, die voor het overgrote deel uit sociale huurwoningen bestaat. Nou hebben we met z’ n allen gezegd:‘ in 2020 moeten die op energielabel B zitten’. Dat is de inspanning die corporaties gemiddeld moeten leveren.
Maar heel veel woningen zijn van dermate oude leeftijd dat je kunt stellen: als ik ze nou kan oprekken tot 2025 of 2030, dan slopen en nieuwbouw, waardoor ik iets later een echte verduurzamingsslag kan maken. Ofwel: kijk naar de meest efficiënte manier om te verduurzamen. Dus niet omdat er‘ B in 2020’ staat, maar om richting 2030, 2035 écht die omslag te maken. Je zou dat één stapje opzij kunnen noemen, om later twee stappen vooruit te zetten.”
“ Ook terugverdientijd is een heel belangrijk aspect om succes te maken. Dus ook innovatie en prijsdalingen, als het gaat om zonnepanelen en andere maatregelen. Dat kan heel erg helpen. Als iemand een huis bouwt en hij gaat tekenen, moet het aantrekkelijk zijn om het geld te steken in verduurzaming, in plaats van een grotere uitbouw. Daarbij zou de bouw heel goed kunnen adviseren. Ook bij professionele opdrachtgevers zou duurzaamheid een heel belangrijk punt moeten zijn. Het is heel frustrerend om te zien dat er nog steeds zo veel op laagste prijs gegund wordt. Zeker als je achteraf vaak hoort:‘ Oh, maar we wisten ook niet dat dat kon’. Opdrachtgevers zijn heel huiverig voor marktconsultatie, terwijl daardoor heel veel meer mogelijk is dan er nu gebeurt met verduurzaming. Ze zitten vaak minder diep in de materie. Daar kan de bouw met goed advies iets aan doen, want laten we het spreekwoord niet vergeten: wat de boer niet kent, dat eet‘ ie niet.”