Van godshuis naar academisch ziekenhuis | Page 65

Links: De zieken bezoeken. Een van de zeven werken van barmhartigheid afgebeeld op een paneel in de sacristie van de Sint- Servaaskerk.
| Vlaams, ± 1600, invloed van Frans Floris. Parochie Sint Servaas
Onder: Kloosterordes in Maastricht, afbeeldingen van religieuzen. capucijners, cellebroeders, grauwzusters, religieuzen van Sint Andries, ziekenzusters Sint-Servaasgasthuis. | RHCL Cvdn 336
63 kloosters op grote schaal aan zieken- en armenzorg doen en de opvang regelen van grote aantallen pelgrims. Zieken- en armenzorg gingen overigens hand in hand. Alleen zieke en arme pelgrims, arme zieken en alleenstaande ouden van dagen uit de eigen stad kwamen in de regel in aanmerking voor opname in een gasthuis of konden een beroep doen op steun. Bemiddelde zieken waren aangewezen op‘ thuiszorg’ en pelgrims met geld namen hun intrek in logementen. Voor de opvang van besmettelijk zieken en voor de armen was het stadsbestuur verantwoordelijk. Burgemeesters, gezworenen en Indivieze Raad( de gelijkelijk uit Luikse en Brabantse burgers samengestelde stadsraad) benoemden jaarlijks‘ hospitaalmeesters’ voor de leprozerie en de pestbarakken, die op min of meer geïsoleerde plekken in en om de stad lagen. Zij benoemden ook de‘ Heilige- Geestmeesters’ voor de armentafel van de Grote Heilige Geest. De Heilige- Geestmeesters beheerden onder andere een aantal armenhuisjes in De Heilige Geest, een pleintje tussen Markt en Grote Staat. Deze wezen ze toe aan minvermogenden, alleenstaande ouderen of mensen die herstelden van een ernstige ziekte. Spoedig kende de stad ook instituten die zich om bepaalde categorieën bekommerden zoals alleenstaande ouderen of wezen.
Vanaf halverwege de vijftiende eeuw teisterden( godsdienst) oorlogen Europa en werd reizen steeds onveiliger door toedoen van rondzwervende, slecht betaalde troepen die de reizigers uitschudden. Door de vorming van nationale staten hadden reizigers bovendien steeds meer en duurdere paspoorten nodig. Als gevolg daarvan kwam het pelgrimswezen, ook in Maastricht, omstreeks het jaar 1600 volledig stil te liggen. Dat had ook gevolgen voor de gasthuizen. Een aantal sloot de deuren en andere concentreerden zich op de zorg voor de zieken en de armen van de stad. In 1628 richtte Elisabeth Strouven met een aantal volgelingen eerst een boerderij en spoedig daarna een klooster in, waarin ziekenzorg, aanvankelijk nog bescheiden, de hoofdtaak was. Maastricht kende toen al eeuwen onbaatzuchtige congregaties, zoals de cellebroeders, kapucijnen en antonieten, later de faliezusters en grauwzusters, die zich bezighielden met een of andere vorm van ziekenzorg. Sinds de veertiende eeuw waren er ook artsen en chirurgijns in dienst van de stad. Als gevolg van het besluit van 1567 in Maastricht een garnizoen van beroepssoldaten te legeren, ontstond er ook de noodzaak speciale ziekenzorg voor militairen te organiseren. religieuzen van Sint Andries hospitaliëres Sint Servaas