Van godshuis naar academisch ziekenhuis | Page 55

Onder: Tekst onder het schilderij Broeders capucijnen zorgen voor de pestlijders in Maastricht. Dagkapel Sint-Servaaskerk Maastricht. | Foto Appie Derks.
53 iedereen waarmee pestlijders in contact waren gekomen, tot en met het verbranden van de inhoud van een besmette woning.
stad en werden pestheiligen als Sint-Sebastianus, Sint-Rochus en
Carolus Borromaeus aangeroepen.
Die‘ Italiaanse maatregelen’ werden door veel stadsbesturen ten tijde van pest overgenomen.
Hoewel de geneeskunde machteloos stond benoemden de stadsbesturen tijdens een epidemie pestdokters. Dezen waren vooral belast met de advisering over en de controle op de Italiaanse maatregelen. De pestdokters werden daarom gevreesd, maar ook uit angst voor besmetting werd het contact met de pestdokters gemeden. Zij droegen herkenbare kleding en zelfs kappen. Dat laatste diende meer om daarin geurige kruiden te stoppen waarmee de onwelriekende geuren van de
Zowel lepra als pest waren onbegrepen plagen voor de inwoners van de middeleeuwse steden. De maatschappelijke gevolgen van beide ziekten waren indrukwekkend. Bij lepra betrof het enkele gestigmatiseerde inwoners, bij de pest echter werd de hele bevolking getroffen. Op de achtergrond speelde de metafoor van de gesel Gods bij beide ziektebeelden een belangrijke rol. Uiteindelijk bleek de natuur genadig. In de vijftiende eeuw verdween lepra spontaan uit Europa. De laatste grote pestepidemie sloeg toe in 1720, in Marseille. pest dragelijk werden dan om besmetting te voorkomen. Nu weten wij dat besmetting van mens op mens bij de pest weinig of niet voorkomt.
In tijden van pest ontvluchtten de rijke burgers de steden naar hun buitenverblijven. De krans van castello’ s uit de zestiende en zeventiende eeuw rond Pisa vormt een van de weinig mooie herinneringen aan de pest. De geestelijkheid bleef in de stad. Broeders en zusters werden door het stadsbestuur aangesteld en betaald voor de verzorging van de pestlijders. De bisschoppen en de pastoors in de parochies deelden de opvatting van bedorven lucht als oorzaak van de pest, maar zij zagen bedorven lucht veel meer in overdrachtelijke zin als moreel en religieus bederf. Daarom trokken processies door de