Links: Demonstratie bij Gouverneur Van Rooy. Studenten uit Maastricht boden een petitie aan ter ondersteuning van de komst van de achtste medische faculteit, 1968. | RHCL. GAM F 16885 foto Paul Mellaart
Rechts: De basisfilosofie. 205
In Nederland was de specialistische en technische gezondheidszorg sterk gegroeid en te duur geworden. Bij politici, bij het progressieve deel van de medische beroepsgroep en bij gezondheidswetenschappers groeide de opvatting dat medische zorg, uit kostenoverwegingen en om patiënten niet onnodig te belasten, meer in de eerste lijn verleend moest worden en dat er meer aandacht voor de opleiding van huisartsen nodig was. De overheid wenste ook grotere doelmatigheid in de dure opleiding geneeskunde. Het percentage uitvallers was hoog en de overgang van het grotendeels theoretische onderwijs naar het praktische werk in de kliniek was voor veel studenten een probleem. De medische studie was sterk examengericht en sloot niet goed aan op de dagelijkse praktijk, vonden studenten en onderwijsdeskundigen. Dat de nieuwe universiteit zich met Problem Based Learning en zorgvernieuwing wilde onderscheiden was dus geen toeval: met haar basisfilosofie sloot zij aan bij maatschappelijke behoeften en politieke wensen, waardoor zij zich verzekerde van draagvlak in Den Haag.
De uitgangspunten van de basisfilosofie droegen in belangrijke mate bij aan de positieve ontwikkeling van de medische faculteit. Hoewel de faculteiten die in Maastricht na de faculteit Geneeskunde van start gingen, aanvankelijk sceptisch stonden tegenover PBL, namen zij deze onderwijsmethode alle geheel of gedeeltelijk over. Na McMaster werd Maastricht een internationaal erkend expertisecentrum voor het PBL. De keuze van de medische faculteit voor de versterking van de eerste lijn heeft geleid tot een nationaal en internationaal erkende positie op het gebied van primary care. De keuze voor thematisch onderzoek vormde de basis voor de onderzoeksinstituten in de faculteit en het latere Maastricht UMC +. Eén aspect van de basisfilosofie bleef omstreden en is ook niet gerealiseerd. In de visie van Tiddens kon de medische faculteit optimaal gebruik maken van de gezondheidsvoorzieningen in de regio. De ziekenhuizen en instellingen in Zuid-Limburg konden daarbij gezamenlijk functioneren als klinische werkplaats voor de faculteit, waardoor een academisch ziekenhuis overbodig was. Hiervoor werd een Medisch Regionaal Centrum( MRC) gevormd, maar dit is in het papieren stadium blijven steken. Geleidelijk kreeg, ook bij Tans, de idee van een‘ volwaardig academisch ziekenhuis’ de overhand. Het Sint-Annadalziekenhuis academiseerde en maakte zo de weg vrij voor een nieuw te bouwen academisch ziekenhuis Maastricht( azM). Hoewel de virtuele academische regio van het MRC er niet kwam, is een belangrijk onderdeel van het MRC-concept wel tot stand gekomen. Precies op het zo gewenste terrein van de versterking van de eerstelijnszorg werd een uniek netwerk van academische huisartspraktijken in en om Maastricht de werkplaats voor universitair onderwijs en onderzoek. PBL en eerstelijnszorg waren niet de enige punten uit de basisfilosofie waarmee Maastricht zich zou onderscheiden. In