Van godshuis naar academisch ziekenhuis | Page 158
156
worden. Om tegemoet te komen aan de ruimtebehoefte kreeg
de Roermondse architect Jos Cuypers (1861-1949) in 1917
opdracht een uitbreidingsplan op te stellen. Uit vrees dat het
allemaal te lang zou gaan duren, schoof men vervolgens de
plannen van Cuypers terzijde en werd er in 1920 besloten tot
de bouw van houten noodbarakken. Ook de medische staf
groeide. Dr. van Kleef had al in 1904 afscheid genomen en was
als geneesheer-chirurg opgevolgd door dr. G.C.F. Rombouts
(1869-1946). In 1906 werd dr. P.A.M.J. Schols als KNO-arts
aangesteld en in 1907 kwam de internist J.L.C. Overbosch
(1880-1940) de medische staf versterken. Deze laatste had
tevens de leiding over het röntgenlaboratorium,
Tijdens en direct na de Eerste Wereldoorlog ontstond
er verdeeldheid in het Burgerlijk Armbestuur, en ook in de
medische staf. Er waren problemen in de verhouding tot de
plaatselijke (huis)artsen, waarmee zelfs de gemeenteraad en
de provincie zich bemoeiden. Meningsverschillen waren er
verder over de noodzakelijke uitbreiding van het ziekenhuis,
de bevoegdheden van de regenten in medische aangelegenheden, de vrije of limitatieve toelating van specialisten en de
aanstelling van een (niet-honoraire) geneesheer-directeur. Een
en ander leidde tot een periode van besluiteloosheid. Hieraan
kwam een eind toen dr. A.H.J. Hintzen (1883 -1934), tot op dat
moment geneesheer-directeur en internist in Heerlen, tot