Reader's Digest / Het Beste oktober 2013 | Page 141
oordenschat
Van denksport
tot motorcross,
van vissen tot zweefvliegen: sport is er in zoveel
soorten en maten dat
iedereen wel iets van zijn
gading kan vinden. Dat
geldt ook voor de woorden hieronder. Ga er
sportief doorheen en
kijk of u goud wint.
Antwoorden en score op
de volgende bladzijde.
1. arbiter – A: grens-
6. kick-o? – A: geweld
rechter. B: scheidsrechter. C: sportbestuurder.
2. goalie – A: keeper.
B: goal. C: doelpaal.
3. pomeransen – A: kegelterm. B: bowlingterm.
C: biljartterm.
4. tiebreak – A: pauze.
B: beslissende wedstrijd.
C: tijdrit.
5. gambiet – term uit het
A: schaken. B: dammen.
C: kaarten.
tussen sporters. B: enthousiasme van supporters. C: aftrap.
7. toreador – A: stierenvechter. B: schermer.
C: danser.
8. regatta – A: roeiwedstrijd. B: roeiwedstrijd
met gondels. C: zeilwedstrijd.
9. sliding – A: ongelukkige val. B: glijdende
beenbeweging. C: het
Vissen
een van de rustigste sporten die er bestaan, is de
hengelsport. de hengelaar zit op een klapstoeltje
aan de waterkant, met broodjes en een thermoskan
ko?e binnen handbereik. Het beeld roept een bekend liedje in herinnering: Weet je wat ik nooit zou
willen missen? Vissen.
i l l u s t r at i e s : J i l l c a l d e r
nemen van een bocht bij
het schaatsen.
10. demarreren –
A: wegsprinten. B: verliezen. C: winnen.
11. velodroom – A: wielerkoers. B: wielrijderspeloton C: wielerbaan.
12. military – term uit de
A: paardensport. B: motorsport. C: hardloopsport.
13. pentatlon – atletiekwedstrijd bestaande
uit A: drie onderdelen.
B: vier onderdelen.
C: vijf onderdelen.
14. gladiator – A: hardloper. B: zwaardvechter.
C: scheidsrechter.
15. enduro – A: motorwedstrijd. B: surfwedstrijd. C: schaatswedstrijd.
139