coladerepen. Tubes met zalf en dozen
zakdoeken staan in een piramide boven op het dressoir en blokkeren het
familieportret dat aan de muur hangt.
Ik als 12-jarige gluur er net bovenuit.
Het oerwoud breidt zich uit naar de
keuken waar een stellingkast uitpuilt
van de kookboeken. In de keukenkastjes staan kruidenpotjes die zo oud zijn
dat de inhoud versteend is.
In de woonkamer staan boekenkasten vol met half beschreven blocnotes,
dozen met kapotte kleurpotloden en
bordspellen nog in folie, spellen die
niemand ooit gespeeld heeft. Het bureau is bedolven
onder papieren,
een gekruld bruiloftsprogramma
steekt uit de stapel.
Die is van de bruiloft van mijn neef,
drie jaar geleden.
Telkens wanneer
ik op bezoek kom,
trekt hetzelfde
voorwerp mijn blik:
een fotolijstje met
de plakkerige resten van het prijsstickertje van de
rommelmarkt. Het
staat er uitgestald alsof het tentoongesteld is, naast een fes met een lichte
vloeistof en een videoband van Frosty
the Snowman. Het lijstje met decoratieve rode appels en gele bussen is
bedoeld voor schoolfoto’s, een van elke
klas. Het lijstje is leeg en dat is het al
zolang als ik me kan herinneren.
Ik ben anders opgegroeid dan mijn
94
ouders. Als mijn broer en ik iets nodig
hadden, vonden ze altijd een manier
om dat voor ons te regelen. Hij en ik
wisten hoe hard onze ouders werkten
in de schoenenfabriek. We kwamen
wel eens in hun hete werkplaatsen die
naar zweet en rubber roken en zagen
hoe moe ze waren aan het eind van de
dag.
In plaats van dat onze vrienden
naar ons toe kwamen, gingen wij naar
hun huis dat netjes, ordelijk en gastvrij was. Ik zag hun ordelijkheid aan
voor harmonie, en dacht dat als alles
in hun keuken stond waar het moest
staan, ook alles in
hun leven was zoals het hoorde.
Toen ik eenmaal op mezelf
ging wonen, dacht
ik dat ik ontsnapt
was uit het huis
van mijn ouders
en bevrijd was
van hun bergen
rotzooi. Ik dacht
dat ik het achter
me gelaten had en
dat het me niet
meer kon opslokken. Maar mijn
huis is nu net zo maniakaal als dat van
hun. Ik maak twee keer per dag
schoon, een keer ’s ochtends en voor
ik naar bed ga nog een keer. Ik kan niet
slapen als er vuile vaat of ongevouwen
wasgoed ligt. Broodkruimels op de
tafel voelen als mieren die over mijn
lichaam kruipen. Een onopgemaakt
bed met gekreukte lakens en verfom-
“
Ik maak twee keer
per dag schoon.
Een bed met
gekreukte lakens en
verfomfaaide kussens
betekent dat er iets
aan de hand is met
mijn gezin.
Reader ’s Digest 03 /14