Reader's Digest / Het Beste maart 2014 | Page 96

coladerepen. Tubes met zalf en dozen zakdoeken staan in een piramide boven op het dressoir en blokkeren het familieportret dat aan de muur hangt. Ik als 12-jarige gluur er net bovenuit. Het oerwoud breidt zich uit naar de keuken waar een stellingkast uitpuilt van de kookboeken. In de keukenkastjes staan kruidenpotjes die zo oud zijn dat de inhoud versteend is. In de woonkamer staan boekenkasten vol met half beschreven blocnotes, dozen met kapotte kleurpotloden en bordspellen nog in folie, spellen die niemand ooit gespeeld heeft. Het bureau is bedolven onder papieren, een gekruld bruiloftsprogramma steekt uit de stapel. Die is van de bruiloft van mijn neef, drie jaar geleden. Telkens wanneer ik op bezoek kom, trekt hetzelfde voorwerp mijn blik: een fotolijstje met de plakkerige resten van het prijsstickertje van de rommelmarkt. Het staat er uitgestald alsof het tentoongesteld is, naast een fes met een lichte vloeistof en een videoband van Frosty the Snowman. Het lijstje met decoratieve rode appels en gele bussen is bedoeld voor schoolfoto’s, een van elke klas. Het lijstje is leeg en dat is het al zolang als ik me kan herinneren. Ik ben anders opgegroeid dan mijn 94 ouders. Als mijn broer en ik iets nodig hadden, vonden ze altijd een manier om dat voor ons te regelen. Hij en ik wisten hoe hard onze ouders werkten in de schoenenfabriek. We kwamen wel eens in hun hete werkplaatsen die naar zweet en rubber roken en zagen hoe moe ze waren aan het eind van de dag. In plaats van dat onze vrienden naar ons toe kwamen, gingen wij naar hun huis dat netjes, ordelijk en gastvrij was. Ik zag hun ordelijkheid aan voor harmonie, en dacht dat als alles in hun keuken stond waar het moest staan, ook alles in hun leven was zoals het hoorde. Toen ik eenmaal op mezelf ging wonen, dacht ik dat ik ontsnapt was uit het huis van mijn ouders en bevrijd was van hun bergen rotzooi. Ik dacht dat ik het achter me gelaten had en dat het me niet meer kon opslokken. Maar mijn huis is nu net zo maniakaal als dat van hun. Ik maak twee keer per dag schoon, een keer ’s ochtends en voor ik naar bed ga nog een keer. Ik kan niet slapen als er vuile vaat of ongevouwen wasgoed ligt. Broodkruimels op de tafel voelen als mieren die over mijn lichaam kruipen. Een onopgemaakt bed met gekreukte lakens en verfom- “ Ik maak twee keer per dag schoon. Een bed met gekreukte lakens en verfomfaaide kussens betekent dat er iets aan de hand is met mijn gezin. Reader ’s Digest 03 /14