Reader's Digest / Het Beste maart 2014 | Page 88

kwam het toch als een verrassing. Het was de Perzische nieuwjaarsdag (in maart) 1983 en ik liep over straat met mijn man. Ik was zwanger en hield een bos bloemen vast. Ik merkte dat een auto heel langzaam reed en twee mannen stapten uit. ‘Ze zeiden: “Jullie twee zien er verdacht uit”.’ Ik zei: ‘Ik ben zwanger en houd bloemen vast. Hoe kan dat nu verdacht zijn?’ Maar we werden gearresteerd en in aparte kamers vastgezet. Het gekke is dat ik niet bang was. Ik vond het triest, triest voor mijn land, voor mijn baby en voor mijn man. ‘Ze stelden veel vragen, blinddoekten me toen en namen me mee naar een cel met wel 40 andere vrouwen. Veel waren gek, praatten tegen zichzelf en lachten hardop. Ik begreep al snel waarom. De ene dag heb je nog een leven en verwacht je een kind, de volgende dag heb je niets meer. Mijn baby werd in gevangenschap geboren, maar heeft niet lang geleefd. ‘DE ENIGE MANIER WAAROP JE DAT KUNT overleven, is van minuut tot minuut. Ik raakte bevriend met twee vrouwen en we ging in gedachten op reis. We gingen winkelen en wandelden in de bergen en beschreven alles wat we zagen. ‘Veel vrouwen overleefden het niet. Ze hingen zichzelf op of werden meegenomen, gemarteld en gedood. In 1988 ben ik ook gemarteld. ‘Ik zat zeven jaar gevangen en mocht mijn man maar een paar keer zien. De laatste keer was in 1988. Zijn benen en voeten waren opgezwollen en bloederig. We wisten allebei dat 86 hij zou sterven. Ik zag tranen in zijn ogen toen hij me vertelde dat hij trots op me was, maar ik huilde niet. Ze zouden mij niet zien huilen. ‘Dat jaar vermoordde het regime meer dan 4000 mensen. Op 27 juli hoorde ik schoten vanuit mijn cel. Ze hadden 80 mensen gedood. Mijn man was er een van. Ik hoorde het schot dat hem vermoordde. ‘Ik zat nog twee jaar gevangen. Ik weet zeker dat we gered zijn door een campagne van de VN en Amnesty International. In het begin was ik ontzettend blij dat ik vrij was, maar toen ik terug onder de mensen kwam, werd het me te veel. Ik was als een spiegel die in scherven lag. En wanneer ik aan mijn baby en mijn man dacht, kon ik me niet voorstellen dat ik ooit weer heel kon w orden. ‘Tegenwoordig woon ik in Londen en werk ik voor de Mourning Mothers from Iran die over de hele wereld campagne voeren voor de vrijheid van vrouwen. Ik ben niet geïnteresseerd in linkse of rechtse politiek en heb geen hekel aan moslims. Mijn ouders waren moslims en waren twee van de liefste mensen die ik ooit gekend heb. De mensen die mij martelden waren niet geïnteresseerd in de islam, die wilden alleen maar macht. ‘Ze hebben geprobeerd mijn wereld zwart te maken, kleurloos, maar dat zal ik nooit toelaten. Mijn tuin staat vol met bomen en bloemen en alles stelt iemand voor die ik tijdens die verschrikkelijke jaren gekend heb. Mijn man is de appelboom en ik praat elke dag met hem.’ n Reader’s Digest 03/14