kwam het toch als een verrassing. Het
was de Perzische nieuwjaarsdag (in
maart) 1983 en ik liep over straat met
mijn man. Ik was zwanger en hield een
bos bloemen vast. Ik merkte dat een
auto heel langzaam reed en twee mannen stapten uit.
‘Ze zeiden: “Jullie twee zien er verdacht uit”.’ Ik zei: ‘Ik ben zwanger en
houd bloemen vast. Hoe kan dat nu
verdacht zijn?’ Maar we werden gearresteerd en in aparte kamers vastgezet.
Het gekke is dat ik niet bang was. Ik
vond het triest, triest voor mijn land,
voor mijn baby en voor mijn man.
‘Ze stelden veel vragen, blinddoekten me toen en namen me mee naar
een cel met wel 40 andere vrouwen.
Veel waren gek, praatten tegen zichzelf en lachten hardop. Ik begreep al
snel waarom. De ene dag heb je nog
een leven en verwacht je een kind, de
volgende dag heb je niets meer. Mijn
baby werd in gevangenschap geboren,
maar heeft niet lang geleefd.
‘DE ENIGE MANIER WAAROP JE DAT KUNT
overleven, is van minuut tot minuut. Ik
raakte bevriend met twee vrouwen en
we ging in gedachten op reis. We gingen winkelen en wandelden in de bergen en beschreven alles wat we zagen.
‘Veel vrouwen overleefden het niet.
Ze hingen zichzelf op of werden meegenomen, gemarteld en gedood. In
1988 ben ik ook gemarteld.
‘Ik zat zeven jaar gevangen en
mocht mijn man maar een paar keer
zien. De laatste keer was in 1988. Zijn
benen en voeten waren opgezwollen
en bloederig. We wisten allebei dat
86
hij zou sterven. Ik zag tranen in zijn
ogen toen hij me vertelde dat hij trots
op me was, maar ik huilde niet. Ze
zouden mij niet zien huilen.
‘Dat jaar vermoordde het regime
meer dan 4000 mensen. Op 27 juli
hoorde ik schoten vanuit mijn cel. Ze
hadden 80 mensen gedood. Mijn man
was er een van. Ik hoorde het schot
dat hem vermoordde.
‘Ik zat nog twee jaar gevangen. Ik
weet zeker dat we gered zijn door een
campagne van de VN en Amnesty International. In het begin was ik ontzettend blij dat ik vrij was, maar toen ik
terug onder de mensen kwam, werd
het me te veel. Ik was als een spiegel
die in scherven lag. En wanneer ik aan
mijn baby en mijn man dacht, kon ik
me niet voorstellen dat ik ooit weer
heel kon w orden.
‘Tegenwoordig woon ik in Londen
en werk ik voor de Mourning Mothers
from Iran die over de hele wereld
campagne voeren voor de vrijheid van
vrouwen. Ik ben niet geïnteresseerd
in linkse of rechtse politiek en heb
geen hekel aan moslims. Mijn ouders
waren moslims en waren twee van de
liefste mensen die ik ooit gekend heb.
De mensen die mij martelden waren
niet geïnteresseerd in de islam, die
wilden alleen maar macht.
‘Ze hebben geprobeerd mijn wereld
zwart te maken, kleurloos, maar dat
zal ik nooit toelaten. Mijn tuin staat
vol met bomen en bloemen en alles
stelt iemand voor die ik tijdens die
verschrikkelijke jaren gekend heb.
Mijn man is de appelboom en ik praat
elke dag met hem.’ n
Reader’s Digest 03/14