Reader's Digest / Het Beste maart 2014 | Page 127

huisbed in ‘slaap’ in een kunstmatige coma. Kess was naar een appartement in Boston verhuisd om dichter bij Carmen te zijn en had haar iedere dag opgezocht sinds ze haar een maand geleden voor het eerst zag. Tegen alle verwachtingen in had Carmen het overleefd, roerloos, zich niet bewust van het team chirurgen en verpleegkundigen dat haar vitale functies in de gaten hield, haar waste, kleedde, haar wonden verzorgde en haar naar de operatiekamer reed voor 38 huidtransplantaties. Ja breek mijn armen af en ik omvat Je met mijn hart als met een hand, bind mijn hart af en mijn hoofd zal bonzen en zet je ooit mijn hersenen in brand, Nog zal mijn hele lichaam van jou gonzen. Na een maand in coma daalde Carmens bloeddruk gevaarlijk laag en ze reageerde niet op medicatie. De artsen spraken met Joan en Kess en vertelden dat er ‘een reële kans’ was dat Carmen het niet zou halen. Haar gezicht was zo verminkt en zwartgeblakerd dat het onherkenbaar was; het was alsof het gevild was. Tijdens haar dagelijkse bezoeken sprak Kess tegen haar zus en las haar voor. Hoewel ze wist dat er weinig kans was dat Carmen iets hoorde, hielp het haar de tijd door te komen. En, dacht ze, misschien sijpelen de woorden op de een of andere manier wel haar bewustzijn binnen. Ze las van alles, van boeddhistische geschriften en poëzie tot de honderden kaarten en brieven die mensen stuurden. Uit een bundel van de dichter Rainer Maria Rilke las ze voor : Doof mijn ogen uit: ik zie je staan Schroei mijn ogen dicht: ik hoor je spreken Zelfs zonder voeten kan ik tot je gaan Zelfs zonder mond nog zal ik om je smeken, ‘Je kent Carmen niet,’ vertelde Joan de artsen. Ze herinnerde zich hoe Carmen ‘altijd de beste wilde zijn’ in alles wat ze deed: pianospelen, tennissen en skiën. ‘Ze is altijd competitief geweest en een vechter,’ vertelde haar moeder, ‘en ze heeft twee dochters om voor te leven.’ Tegen eind september, meer dan drie maanden nadat ze was aangevallen, werd Carmen ‘wakker’ uit haar coma. Ze had alle tegenslag getrotseerd. Ze was nog steeds blind maar voelde dat haar zus bij haar was en zei tegen Kess: ‘Ik weet dat ik een tijdje uit de running ben geweest. Wat is het, juli?’ ‘Het is 23 september, Carm,’ zei Kess. 125