huisbed in ‘slaap’ in een kunstmatige
coma. Kess was naar een appartement
in Boston verhuisd om dichter bij Carmen te zijn en had haar iedere dag
opgezocht sinds ze haar een maand
geleden voor het eerst zag.
Tegen alle verwachtingen in had
Carmen het overleefd, roerloos, zich
niet bewust van het team chirurgen
en verpleegkundigen dat haar vitale
functies in de gaten hield, haar waste,
kleedde, haar wonden verzorgde en
haar naar de operatiekamer reed voor
38 huidtransplantaties.
Ja breek mijn armen af en ik omvat
Je met mijn hart als met een hand,
bind mijn hart af en mijn hoofd zal
bonzen
en zet je ooit mijn hersenen in brand,
Nog zal mijn hele lichaam van jou
gonzen.
Na een maand in coma daalde Carmens bloeddruk gevaarlijk laag en ze
reageerde niet op medicatie. De artsen spraken met Joan en Kess en vertelden dat er ‘een reële kans’ was dat
Carmen het niet zou halen.
Haar gezicht was zo verminkt en
zwartgeblakerd dat het onherkenbaar
was; het was alsof het gevild was.
Tijdens haar dagelijkse bezoeken
sprak Kess tegen haar zus en las haar
voor. Hoewel ze wist dat er weinig
kans was dat Carmen iets hoorde,
hielp het haar de tijd door te komen.
En, dacht ze, misschien sijpelen de
woorden op de een of andere manier
wel haar bewustzijn binnen.
Ze las van alles, van boeddhistische
geschriften en poëzie tot de honderden
kaarten en brieven die mensen stuurden. Uit een bundel van de dichter
Rainer Maria Rilke las ze voor :
Doof mijn ogen uit: ik zie je staan
Schroei mijn ogen dicht: ik hoor je
spreken
Zelfs zonder voeten kan ik tot je gaan
Zelfs zonder mond nog zal ik om je
smeken,
‘Je kent Carmen niet,’ vertelde Joan
de artsen. Ze herinnerde zich hoe Carmen ‘altijd de beste wilde zijn’ in alles
wat ze deed: pianospelen, tennissen
en skiën. ‘Ze is altijd competitief geweest en een vechter,’ vertelde haar
moeder, ‘en ze heeft twee dochters
om voor te leven.’
Tegen eind september, meer dan
drie maanden nadat ze was aangevallen, werd Carmen ‘wakker’ uit haar
coma. Ze had alle tegenslag getrotseerd. Ze was nog steeds blind maar
voelde dat haar zus bij haar was en zei
tegen Kess: ‘Ik weet dat ik een tijdje
uit de running ben geweest. Wat is
het, juli?’
‘Het is 23 september, Carm,’ zei
Kess.
125