sprak, vertelde haar dat zijn groep
voor een islamitische staat streed en
dat zij en Kevin zouden worden gedood als haar man het losgeld van 100
miljoen dollar niet betaalde.
‘Zelfs de Filipijnse regering heeft
niet zoveel geld,’ antwoordde Gerfa.
Tien miljoen, kaatste hij terug. Ze
wees naar een kleine opening in het
bladerdek. ‘Als je mij die ster bezorgt,
dan kan mijn man die 10 miljoen wel
vinden.’
HET TELEFOONTJE
In Lynchburg was Kevins vader
Heiko Lunsmann (50) op zijn werk
als klusjesman in een verpleeghuis,
bijna niet. Maar dit kon Heiko er wel
uit opmaken: het was een losgeldeis.
Vanaf dat moment was Heiko bang
voor de gesprekken, bang dat hij de
verkeerde dingen zou zeggen en zijn
vrouw en zoon verder in gevaar zou
brengen. Sommige dagen kreeg hij
twee of drie telefoontjes, andere dagen was het stil. Soms kwam Gerfa aan
de telefoon. Soms hoorde hij Kevin en
Gerfa het uitschreeuwen van de pijn.
Een keer brak hij, uitgeput door
angst en woede, de voorzichtige onderhandelingen af en flapte er tegen
de ontvoerders uit dat hij onmogelijk
miljoenen dollars bij elkaar kon
krijgen. ‘Ik ben Mel Gibson niet! Ik
woon niet in Hollywood!’
schreeuwde hij. ‘Ik ben een
klusjesman. Ik verwissel
gloeilampen en ontstop wc’s!’
Weken gingen voorbij en
de Amerikaanse functionarissen raakten er steeds meer
van overtuigd dat Gerfa en
Kevin gegijzeld werden door
Abu Sayyaf, een Filipijnse terroristische organisatie. De groep staat
bekend om ontvoeringen, bomaanslagen – inclusief de explosie op een Filipijnse veerboot in 2004 waarbij 116
mensen omkwamen – en executies.
Terwijl moeder en
zoon beefden,
hoorden ze kinderen
op het strand lachen
en spelen.
toen zijn schoonzus belde. Ze had net
van haar familie in de Filipijnen gehoord dat Gerfa en Kevin ontvoerd
waren. Hij had eerst moeite het te
geloven. Toen raakte hij in paniek en
vervolgens kreeg hij een bevestigend
telefoontje van de FBI. Die nam het
onderzoek over en zou de komende
tijd bij Heiko intrekken.
De volgende dag ging de telefoon
weer. Deze keer was het een Filipino
accent. Heiko verstond de man nauwelijks, en de man verstond Heiko’s
Engels met een zwaar Duits accent
100
GEVANGENSCHAP
Kevin leefde met zijn moeder en neef
diep in de jungle in een geïmproviseerde van stokken gemaakte kooi
van 1 meter 50 bij 1 meter 80. Met zijn
1 meter 80 was Kevin te lang om er
rechtop in te kunnen staan.
’s Middags kregen de gevangenen
Reader’s Digest 03/14