|
Precies vijfenzeventig jaar geleden vond de Slag in de Javazee plaats. In alle dapperheid werd hier gevochten tegen een superieure vijand, die was toegerust met een modernere en betere vloot. Een op voorhand kansloze missie met als triest resultaat dat velen het hoogste offer brachten.
Tweeduizend marine mensen uit diverse landen sneuvelden, waaronder negenhonderd 5van onze collega’ s.
|
Drie jaar eerder, op een zomeravond in 1939, ontbood Koningin Wilhelmina de toenmalige invloedrijke politieke leiders ten paleize. Als eerste nam zij het woord en sprak van een uitermate zorgelijke internationale toestand.“ Ik mag niet langer lijdelijk toezien, dat het vaderland aan partijoverwegingen ten offer zou vallen. Het is op grond hiervan dat ik U hedenavond om mij heen heb vergaderd, teneinde de weg te vinden die Nederland voor dreigende onheilen behoede.” De aanwezige hoogste militairen schetsten de deplorabele toestand van’ s lands krijgsmacht en vroegen om meer materieel en manschappen. Eén van hen eindigde zijn inbreng met de vraag of hij duidelijk genoeg was geweest. Koningin Wilhelmina antwoordde op afgemeten toon:“ Voor mij is het zeer duidelijk geweest. Eerste plicht der regering is onze in het verleden te veel verwaarloosde defensieve kracht te versterken.” Haar woorden hadden helaas weinig effect, tien maanden later versloeg een Duitse overmacht zonder al te veel weerstand de Nederlandse krijgsmacht. Het is nu meer dan zeventig jaar later en de geschiedenis lijkt zich te herhalen. Recent erkende ook de huidige Commandant der Strijdkrachten, dat onder zijn leiding de krijgsmacht te ver was wegbezuinigd. Wat mensen op de werkvloer al jaren achtereen riepen, wordt daarmee nu ook hardop uitgesproken op het hoogste militaire niveau. Generaal Middendorp moest daarbij openlijk toegeven dat in essentie de gehele vloot van de Koninklijke Marine aan vervanging toe is. Zijn boodschap kan voor onze huidige koning, achterkleinkind van Wilhelmina, geen verrassing zijn geweest. De mijnenjagers waarmee we momenteel rondvaren werden in dienst gesteld toen hij zijn dienstplicht bij de marine vervulde. De onderzeeboten stammen uit dezelfde periode, de M-fregatten zijn slechts een fractie jonger.
Inmiddels zijn enkele hele voorzichtige stappen gezet om de vervanging van onze marineschepen ook tot stand te laten komen. Voor de onderzeeboten is daadwerkelijk een eerste stap gezet, voor fregatten en mijnenjagers is er enkel nog maar een intentieverklaring met de Belgen. Zelfs als gelijk na de verkiezingen voldoende budget beschikbaar zou zijn en de politieke besluitvorming plaatsvindt, rolt het eerste vervangende schip pas over zes tot acht jaar van de helling. Tot die tijd varen we dus met een zwaar verouderde vloot.
|
De komende verkiezingen en daaropvolgende kabinetsformatie moet duidelijk worden hoeveel geld daadwerkelijk voor de vervanging van marineschepen wordt vrijgemaakt. Daarbij staan de ogen hopelijk wijd open om de ontwikkelingen te registreren. Landen als China en India bouwen in hoog tempo hun macht op zee uit. De vrede in het Midden-Oosten lijkt nog heel ver weg en in toenemende mate wordt de strijd daar uitgevochten vanaf zee. De Russische marine speelt daarin een hoofdrol. De verkiezing van President Trump zal de tegenstellingen in de wereld naar verwachting alleen maar groter maken. Hij dwingt ons echter ook om de verantwoordelijkheid voor onze eigen defensie op te pakken. Op zich geen verkeerde gedachte.
Als achterban, actief dienend personeel en de gouden driehoek, kunt u komende tijd het proces voor de marine zelf beïnvloeden tijdens de komende verkiezingen voor de Tweede Kamer. Het verdient dan ook aanbeveling om de verkiezingsprogramma’ s uitgebreid te bestuderen op het gebied van defensie en de vervangingsprojecten. Enkele Kamerleden hebben alvast hun bijdrage aan dit magazine geleverd, om uw keuze gemakkelijker te maken.
Maar er is meer: de marine is voor velen niet meer een baan voor het leven, maar een prachtig startpunt voor latere civiele carrières. Voor hen ligt er in die zin geen beletsel meer om zich publiekelijk uit te spreken. Wat daarbij goed zou zijn is dit op een wijze en met een aantal mensen te doen waardoor‘ Den Haag’ tot handelen wordt aangezet. Er zijn vele kleine en grote verenigingen en stichtingen waarin oud-marine mensen zich hebben verenigd. Het zou prachtig en krachtig zijn als die zich rond het thema‘ voortbestaan van een volledige op haar taak berekende marine’ kunnen verbinden.
De afgelopen periode heb ik hierover met verschillende verenigingen en stichtingen van gedachten gewisseld en de animo lijkt hier zeker voor te zijn. Veel van deze verenigingen lijken, anders dan vroeger, veel meer op netwerkomgevingen waar oud-marine mensen zich verbinden, elkaar helpen en weten te vinden. Stichting P3M heeft als doelstelling om zowel tussen deze groepen als naar de marine de verbindende schakel te vormen, die op respectvolle maar duidelijke wijze bovenstaande thema’ s onder de aandacht weet te brengen.
Rob van Doorn, Voorzitter Stichting P3M.
|
MARINE MAGAZINE |