Marine Magazine Jaargang 2, februari 2017 | Page 45

TEKST PETER VAN MAURIK
Dit jaar herdenken we dat het 350 jaar geleden was dat de tocht naar Chatham plaatsvond. We blikken met dit verhaal op deze gebeurtenis terug, met als basis de historische feiten.
Het fregat De Vreede, 14 juni 1667. Op de rivier de Medway varen schepen van de Republiek der Zeven Verenigde
Nederlanden langzaam richting open zee. Achter hen branden
Engelse oorlogsschepen. Het zicht op Londen is verscholen achter donkere rook.

Ik werp het peillood en haal hem op als het de bodem heeft geraakt.“ Ze peilt drie vadem en twee voet, zandgrond,” roep ik naar het halfdek en hoor de herhaling terug. Elke vijf minuten moet ik peilen, de Medway is een lastige rivier met veel bochten en ondiepten. De kapitein staat geconcentreerd te kijken. Niet alleen vanwege de rivier of de enkele Engelsman die zich nog durft te vertonen. Hij lijkt een beetje nerveus en ik begrijp waarom; de admiraal heeft aangekondigd langs te komen.

Toch moet dit goed nieuws zijn, Van Brakel verdient het. Twee dagen geleden was hij onverwachts zijn commando kwijtgeraakt. Enkelen van de onzen hadden geplunderd ondanks het verbod van De Ruyter. Hij was boos en in zijn ogen is een commandant dan verantwoordelijk. De kapitein had zijn straf zwijgend geaccepteerd, maar hij had ook gevraagd om de aanval vandaag te mogen leiden. Admiraal De Ruyter had geknikt en dus voeren wij voorop bij de aanval op de Engelse schepen, die achter de ketting verscholen lagen.
Vlakbij gaven wij een salvo met onze stukken aan stuurboord. Dit was genoeg om de bewakers aan de wal te doen vluchten, zeker toen onze sloepen hen naderden. Aan de wal begonnen de onzen direct een schakel van de ketting te slopen. Wij voeren door naar die ketting en voeren er zomaar voorbij. Brak deze nu door onze vaart of door hun sloopwerk? Ik kan het niet zeker zeggen. In het midden lag hij dieper onderwater om kleine schepen door te kunnen laten. Wij steken minder diep dan Engelse fregatten, onze Hollandse bouwmeesters zijn nu eenmaal beter, misschien lag hij daarom te diep? Bij ons aan dek ligt nu een van de schakels die de mannen van de wal mee terugnamen.
Enkele dagen eerder had het nieuwe regiment mariniers het fort bij Sheerness veroverd. Daardoor konden wij de Medway opvaren tot aan de ketting. Het zijn ruige baasjes, die mannen van admiraal Van Ghent. Echt zeemansbloed hebben ze, want zelden heb ik mannen zo goed zien roeien. De Ruyter had het zoals wel vaker goed gezien, zeesoldaten zijn goud waard. De Engelsen hebben overal de benen genomen. Wij beheersen nu rivier en oevers. Er gaan
geruchten dat de Engelse adel London al is ontvlucht. We zouden het zo kunnen innemen, maar de admiraal is wijs: Nu is er nog paniek, maar dat zal niet eeuwig duren.
Trots werp ik het lood weer:“ Twee vadem, drie voet, zand en kiezel.” Even later draait het schip wat naar stuurboord. We passeren Upnor waar het geschut van het kasteel zwijgt. Onze stukken loeren dreigend naar de kantelen. Er is niemand te zien, ze zijn gevlucht. Dit is onze wraak voor hun barbaarse plundering van Terschelling. Furie van Holmes heette het toen.“ Daar is niks meer van over,” zeg ik hardop.
Koning Charles had zijn vloot verwaarloosd en nu brachten wij hem de rekening. Hij gaf liever geld uit aan paleizen en dacht dat zijn schepen veilig lagen achter de ketting. Hij kent ons slecht en nu slepen
“ De Ruyter had het zoals wel vaker goed gezien, zeesoldaten zijn goud waard.”
wij zijn vlaggenschip mee als buit. Dat gaat een mooie premie geven, ook voor ons. Minstens een daalder, daarmee kan ik mijn lief trouwen en misschien ook als zeilmaker beginnen. Ik heb dat vak geleerd op De Vreede.
Nu onze vloot hen heeft getuchtigd zullen ze de oorlog vast willen stoppen. Wij liggen met ruim zestig schepen voor de kust en kunnen elke haven bestoken. Dit gaat de Engelse Admirality nog jarenlang in tranen brengen. Het is een schrale troost dat ze zijn verslagen door onze Bestevaer. Ik werp het peillood weer, want we zijn nog niet buitengaats. Voor ons slepen we de Royal Charles weg. Die gaan we zeker heel lang tentoonstellen. Wat is ons land rijk met deze vloot en onze admiraal.
MARINE MAGAZINE
45