Marine Magazine Jaargang 2, februari 2017 | Seite 36

In de nabije toekomst: missiemodulariteit

36 MARINE MAGAZINE
De volgende generatie Nederlandse marineschepen zal er ook echt aan moeten geloven: modulariteit. Maar wat is het eigenlijk? En hoe ver kun je gaan?

Modulariteit is voor marineschepen niet nieuw. Al in 1972 schreef de Amerikaanse marine over schepen die ruimte bieden voor verschillende systemen, die relatief eenvoudig te plaatsen en verwijderen zijn. De echte pioniers op dat gebied zijn echter de Denen met hun StanFlex-concept.

Het begon begin jaren 80, toen bleek dat er onvoldoende budget was om alle typen schepen te bouwen voor de verschillende taken. De weg die de Deense marine toen insloeg bleek een succes: de bouw van een kleiner aantal typen schepen dat dankzij te wisselen modules steeds een andere rol kon vervullen. Het werd de Flyvefiskenklasse, de eerste StanFlex schepen waarna nog meer
StanFlex varianten volgden. Een recent voorbeeld is de Absalonklasse uit 2005, bestaande uit twee flexibele ondersteuningsschepen. Deze schepen hebben vijf plaatsen voor wapenmodules en een flexdek dat ruimte biedt aan een container voor een eskaderstaf, een landingseenheid met mariniers, mijnen, apparatuur voor mijnenbestrijding, een ziekenboeg in containers, transportcontainers, vrachtwagens of main battle tanks.
Aanvankelijk was een ander doel van de Deense marine om middels modulariteit een hogere beschikbaarheid te krijgen van systemen. Als men meer modules aanschaft kun je ze wisselen voor onderhoud, was de filosofie. Daar is Denemarken toch van afgestapt, dat bleek veel te duur. Daarnaast zijn onderhoudstrajecten van schepen en modificatie van de systemen vaak goed in te plannen.
Als het gaat om modulariteit is er ontzettend veel mogelijk, maar er zijn grenzen. Volgens René Hoogenboom, Naval Architect van Damen Schelde Naval Shipbuilding, heeft het weinig nut om alles modulair te maken. Hoogenboom:“ Modulariteit kost geld. Als je systemen vast op schepen zet is dat, in eerste instantie, vaak goedkoper. Je moet dus vooraf goed nadenken wat je wilt kunnen wisselen. Als je bijvoorbeeld een systeem dat een schip vaak gaat gebruiken modulair gaat maken, is dat zonde. Missiemodulariteit is dus vooral interessant voor systemen die je niet 100 procent van de tijd nodig hebt.”
Een kanon zou Hoogenboom niet snel modulair maken, maar een gesleepte sonar is wel een optie.“ Die zijn duur en heb je alleen voor onderzeebootbestrijding( ASW) nodig. Dus als je vier schepen laat bouwen, hoef je niet voor ieder schip een ASW-module te