in haar, inmiddels vrijgekomen, bed gaan liggen. Er
werd om me heen gelopen, het infuus werd gecheckt
en ondertussen werd ook nog een thermometer in de
oksel van mijn dochter geschoven met de mededeling
of ik de verpleegkundige even wilde melden als het
piepje van de thermometer was afgegaan… Het
gebrek aan communicatie begon me langzaamaan
meer te irriteren.
Toen ik een drankje met rode vloeistof van een
verpleegkundige in mijn hand geduwd kreeg met de
mededeling dat ik die aan m’n dochter moest geven,
was de maat echt vol. Ik was behoorlijk geïrriteerd. Ik
heb de verpleegkundigen toen aangegeven wat ik van
de hele situatie vond en zei: “Ik weet niet wat er is met
mijn dochter, ik weet niet wanneer ze naar huis mag,
ze krijgt medicatie toegediend en ik weet niet eens
waarvoor, mag ik alsjeblieft ook weten wat er aan de
hand is?! De verpleegkundige keek me verbaasd aan
en gaf deels antwoord op mijn vragen.
Ouderparticipatie
Er is veel onderzoek gedaan naar ouderparticipatie
in het ziekenhuis. Het doel is dat je een scheiding
met je kind zo veel mogelijk wil beperken en op een
actieve manier betrokken blijft bij de verzorging van
je kind. Het voordeel is dat het de hechting tussen
ouder en kind stimuleert, voornamelijk voor hele
jonge kinderen, en dat de afstand tussen ouder en
kind minder groot is (noot van de redactie: Hechting is de
(emotionele) relatie die een kind met zijn ouder of verzorger
opbouwt. Dit duurt vanaf de geboorte en duurt ongeveer
tot kinderen twee a drie jaar zijn.). Gelukkig wordt de
betrokkenheid van ouders in sommige ziekenhuizen
steeds meer aangemoedigd en mag je bij je kind slapen
indien je dat graag wilt. In andere ziekenhuizen is
echter de trend nog steeds dat ouders zich niet te veel
mogen bemoeien met de zorg van hun kinderen.
Maureen: Later op de avond vroeg de hoofdzuster
mij, terwijl ze met haar rug naar mij toe stond en met
een ander kindje bezig was, of ik wel bekend was met
66
KidzTori
de ziekenhuisregels. ‘Hoe moet ik dat nou weten, dat
zijn zaken waar ik me niet elke dag mee bezig houd’,
dacht ik cynisch. In plaats daarvan ontkende ik het
beleefd. Ze keerde zich om en zei: “U mag er zijn
van 8 uur ’s morgens tot 9 uur ’s avonds. Dan is het
bezoekuur afgelopen. Ouders hebben dan genoeg
tijd gehad om bij hun kind te zijn, toch?”. Ik dacht:
’Ik ben gewend om mijn kind de gehele dag bij me
te hebben. Hoezo wordt er nu voor mij bepaald dat
ik mijn kind al lang genoeg heb gezien.’ Ik vond het
een heel vervelend gevoel dat ik mijn dochter moest
achterlaten. Nog moeilijker vond ik het toen ze begon
te huilen en mij smeekte om niet weg te gaan.
Kayleigh is zes jaar en vertelt over haar ervaringen in het
ziekenhuis:
Ik vond het leuk dat ik buiten op het balkon kon
spelen en mama had een kleurboek met kleurpotloden
voor me gekocht. Ik vond het niet leuk dat mama niet
bij me mocht blijven. ’s Avonds moest ik vaak huilen.
Ik was bang om alleen te blijven. Soms had ik nare
dromen. Ik had een keer gedroomd dat het bed een
gat had en toen ben ik eruit gevallen. Ik vond het heel
leuk om weer thuis in mijn eigen kamer te slapen.
Graciëlla heeft een zoontje van zeven jaar, Fabian. Aan
KidzTori vertelt ze haar laboratorium-ervaringen