Hoek en Blok Schrift Najaar 2025 | Page 18

10 Hoek en Blok ◼ Schrift
Juridisch

Ook vakantiedagen

Rechtbank Gelderland heeft recent een uitspraak gedaan die gevolgen heeft voor werkgevers met langdurig zieke werknemers. Waar werkgevers tot nu toe mochten aannemen dat de opbouw van vakantiedagen stopt zodra de loondoorbetalingsplicht eindigt, heeft de rechtbank bepaald dat deze opbouw toch doorloopt.
Het Europese recht kent echter een ruimere bescherming voor werknemers. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in eerdere arresten al geoordeeld dat werknemers tijdens ziekte hun recht op betaalde vakantie niet verliezen. Deze lijn is door de rechtbank Gelderland ook toegepast op de periode ná het einde van de loondoorbetalingsverplichting. Hoe zat het ook alweer? Volgens artikel 7:629 van het Burgerlijk Wetboek moet een werkgever gedurende maximaal 104 weken loon doorbetalen aan een zieke werknemer. Als de werkgever onvoldoende heeft gedaan aan re-integratie kan deze periode maximaal met nog eens 52 weken worden verlengd. Is de werknemer na deze( verlengde) periode nog steeds arbeids ongeschikt, dan vervalt de loondoorbetalings verplichting voor de werkgever en kan de werknemer een WIA-uitkering aanvragen. Artikel 7:634 van het Burgerlijk Wetboek koppelt de opbouw van wettelijke vakantiedagen aan periodes waarin een werknemer recht heeft op loon. Tot nu toe betekende dit dat na afloop van de loondoorbetalingsverplichting geen nieuwe vakantiedagen meer werden opgebouwd.
Oordeel van de rechtbank In de betreffende zaak was een werknemer langdurig arbeidsongeschikt geraakt. Na afloop van de verlengde loondoorbetalings periode ontving hij een WIA-uitkering, maar zijn arbeidsovereenkomst werd niet beëindigd. Een klassiek voorbeeld van een slapend dienstverband. De werknemer verzocht de rechter om beëindiging van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van de transitievergoeding en uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen; niet alleen tot het einde van de loon doorbetalingsplicht, maar ook over de periode daarna.
De werkgever stelde dat er na de verlengde loondoorbetalingsperiode geen opbouw van vakantiedagen meer plaatsvond, omdat er geen loon meer werd betaald.