History, Wonder Tales, Fairy Tales, Myths and Legends Geschiedenis van de Familie Adriaens | Page 63
De leprozerie (lazerije) of "pesthuys" van Sint-Amands
De armentafel bezat te Sint-Amands een groot aantal cijnzen die voortkwamen van gronden en hofsteden, wat dus
betekende,dat zij het recht bezaten om jaarlijks cijnsen of belastingen te heffen op bepaalde hofsteden en gronden.
Een stuk land dat de armentafel in de jaren 1700 verpachtte, noemde "het zieckhuys", wat kan verwijzen naar het
bestaan van een vroegere "leprozerij" of een "pesthuys"(ook "lazerije" genoemd),waarin men melaatsen en andere
besmettelijke zieken, zoals die met de pest,afzonderde. In de 20ste cohierpenning van 1571 te Sint-Amands vond ik
bovendien volgende verwijzing : "Daneel de Wolff houdt in pachte van de heligen geest van Sinte Amandts, een
gemet landts,"genaempt de lazerije", tsjaers 0-10-0".
Lepra of melaatsheid wordt thans gedefinieerd als een chronische infectieziekte die voornamelijk de huid (denk aan
Sint Job op zijn mesthoop,en aanbeden te Mariekerke) en het zenuwstelsel aantast. Melaatsheid is steeds in alle
culturen met een sociaal stigma beladen geweest. De zieke en soms ook zijn verwanten, worden op een brutale wijze
uit het sociale leven geweerd. Verschillende reglementen verplichtten de zieken een ratel of klepper te
gebruiken,waarmee ze moesten ratelen om de andere personen te verwittigen van hun aanwezigheid en om hun er toe
aan te zetten zich te verwijderen.
Vanaf de 16de eeuw werd het ziekte-onderzoek aanvankelijk verricht door chrirurgijnen en medici. Dit was maar
sporadisch in de 13de eeuw. Men onderscheidde 4 soorten lepra : de bruine, de witte,de pakkerie en de groene. Het
onderzoek was zuiver visiueel.
Het verband tussen het verdringen van de lepra en het uitbreken van de pest is niet zonder meer evident. De pest
doodde de leprozen, maar ook de anderen. Een tragisch pestjaar was het jaar 1636. De pest sloeg nog eens toe in het
jaar 1668-1669 (er zijn dan dubbel zoveel overlijdens in deze periode te St-Amands tegenover de andere jaren). Deze
epidemie komt voor in verschillende verschijnselen. Met gezwellen noemt men haar de builenpest. Deze builen
slaan vaak blauw-zwart uit,en worden soms vermeld als "zwarte pest" of "zwarte dood". Wanneer de longen
aangetast worden, noemt men haar "de longpest". De pest veroorzaakte een snelle dood en men noemt haar in de
begraafregisters soms ook weleens de "haestighe sieckte". De schrik voor besmetting was zo groot onder de
bevolking,dat men soms de kerkelijke begrafenis niet afwachtte om de doden te begraven. In die tijd stond men
machteloos tegenover die besmetting. Kwakzalvers vonden in die situatie een lonend terrein. Een Brusselse
geneesheer , Louis Overdatz (zie onderaan referte),schreef toen voor : de schors van de pestwortel, uitgedaan bij volle
maan,in de maand november of februari. De ziekte verdween in Vlaanderen omstreeks einde 17de eeuw en zo
verloren de leprozerieën en pesthuizen hun nut.
De zieken woonden in huizen die in 2 groepen waren verdeeld, enerzijds de georganiseerde en anderzijds de
woningen voor "akkerzieken" of huizen voor "veldzieken". Meestal waren die woningen gebouwd aan de rand van
het dorp en ongeveer 1 km van het centrum verwijdert voor de angst van besmetting. Vermoedelijk was dit hier in
Sint-Amands ook van toepassing wanneer men de ligging van het vermelde pand "het zieckhuys" vergelijkt met de
afstand tot het dorpscentrum. Dan moet dit ergens gelegen hebben in de omgeving van "de kuer" of "het
kuerengoed". Een grote georganiseerde leprozerie die in aanmerking kwam voor zieken van Sint-Amands bevond
zich te Antwerpen, Mechelen en te Rumst.
Het onderhoud van de leprozen : dit probleem was opgelost wanneer FR