80 DE GRACIEUSE. [4 April 1866. 4e Jaargang.]
hetzij in schelpen wordt uitgesneden of van het voorstuk af recht blijft, wordt met een
ingeregen koordje geboord; men legt er een dik koord of een ruche omheen, en zet er
een reep voering 12 d. breed tegen.
Beschrijving van de parijsche modeplaat.
Baltoilet. Het haar is naar boven gekamd en in strengen afgedeeld, die een weinig
gegolfd, het geheele hoofd bedekken; de punten van deze haarlokken worden van ach-
teren bij elkaar gebonden, en hangen even gekruld naar. Op het achterhoofd bevindt
zich een “bouquet jardinière,” namelijk bloemen in verschillende nuancen; de afzon-
derlijke takjes zijn in de holte tusschen elke dof gelegd. ― Taffen onderkleedje met krip
bedekt. De taille is van onderen rond, van boven laag uitgesneden en aldaar met krip
en met zeer doorschijnende guipure gegarneerd. ― Dofmouwtje met een guipure
kantje omgeven. ― Dubbele krippen rok, de onderste gegarneerd met drie
krippen volants 12 d. hoog; de tweede is van boven tot van onderen aan de
rechter zijde open en wordt door snoeren paarlen dicht gehouden. De punten
van de revers, zijn met guipure die er glad op is gelegd,
gegarneerd. Drie rijen guipure, mede glad, komen aan
den onderrand van den japon onder den revers te voor-
schijn, en loopen puntig naar de linkerzijde op, daarna
weder afdalende tot aan den anderen revers. Ceintuur
met paarlen en met twee afhangende snoeren, even als
eene cordelière versierd.
Wandeltoilet. Fluweelen hoed, gladde pas, aan
de voorzijde met een neergebogen punt en met eene ge-
plooide fanchon. De cache peigne wordt gevormd door een puntig gedeelte fluweel, waaromheen een dik
zijden koord is gelegd, dat met lange einden, met eikel-
tjes voorzien, afhangt; de fluweelen punt is met guipure
gegarneerd. Eene smallere guipure loopt ook om de punt
aan de voorzijde heen. Bovenop is de hoed versierd met
een soort van nestje van kleine veertjes, waarin zich een
klein vogeltje bevindt. Fluweelen intérieur. Satijnen
strikbanden. ― Zwart zijden japon, met eene vierkante fluweelen, geheel gladde berthe. Gladde zijden mouwen,
met drie ruime fluweelen doffen. Aan de epauletten en
onder de ceintuur zijn fluweelen linten geknoopt, die in
zilveren eikeltjes uitloopen. ― Effen nauwtoeloopende
rok, op de heupen geheel en al glad. Al de wijdte valt
naar achteren.
Twee borduurpatronen voor ceinturen.
Afbeelding No. 76 en 77.
Bij een elegant toilet wordt de ceintuur tegenwoordig
met borduurwerk versierd. Met goed gevolg gebruikt
men hiervoor blinkend metaal: goud, zilver of staal. De
hierbovengenoemde afbeeldingen geven twee borduur-
patronen, die evenzeer ter versiering van ceinturen van zwart, als
wel van gekleurd grosgrain lint 5 d. breed geschikt zijn. ―
Afb. No. 76. De fond van dit borduurpatroon uit verzet liggende
kruissteken, wordt naar aanwijzing op ons model, met fijn goud-
koord uitgevoerd. Met hetzelfde koord wordt ook de rand aan beide
zijden van den fond gewerkt, het koord wordt dan echter niet door
de ceintuur heen gestoken, maar er met kleine dwarssteekjes met
fijne gele zijde opgenaaid. Elke
ruit van den rand heeft in het
midden een kleine gouden kraal.
Afb. No. 77. De fond van dit patroon is op gelijkmatige af-
standen en in rechtloopende
rijen met opgenaaide stalen kra-
len versierd, en de twee randen waardoor het aan beide zijden wordt ingesloten met stalen
pailletten (loovertjes), telkens
met een stalen kraal vastge-
hecht, en er mede afgewis-
seld. In plaats van de
pailletten kan men er ook
4 stalen kralen in den
vorm van een kruis opnaaien.
Beschrijving van de modeplaat.
Afbeelding No. 78.
Bal- of zeer gekleed toilet. Geel satijnen japon met
een sleep, van voren opgenomen, over een geel tullen
kleedje met doffen opgemaakt; tusschen de doffen, geel
satijnen schuine reepen. De opgenomen plooien van
het bovenkleed worden vastgehouden door vier
rozetten van geel satijn en witte vederen. Een
soortgelijk garnituur komt nogmaals op de
taille voor. ― Balkleedje. Wit netel-
doeksche japon, aan den onderrand met
vijf rouleaux van roze taf gegarneerd.
Keurslijfje met panden, op zijde
open, eene taffen écharpe van
de bovengenoemde kleur, met
guipure kant gegarneerd.
Onder het lage lijfje een
ruime witte blouse,
met smal zwart
fluweelen lint
versierd.
van den vor. toer verzet liggen. ― 3de toer. 1 v. st. tusschen den 1sten en 2den pic. Van den
vor. toer, * 2 kett., 2 door 3 kett. gescheiden pic. naar beneden, 2 kett., 1 blaadje dat men op de volgende wijze werkt: tusschen den 3den en 4den pic. van den vor. toer 1 dubb. st., dat
men echter nog niet voltooid, maar in plaats van de laatste maal doorhalen de lus als 2de steek
op de naald houdt; in de onderste lus van het dubb. st., 1 gr. st., dat zoo ver wordt afgewerkt
dat er in het geheel 2 lussen op de naald blijven; nogmaals 1 gr. st. in dezelfde lus, waarbij
men nu al de op de naald zijnde lussen afwerkt; eer men echter de beide laatste lussen te za-
men haakt, neemt men den draad die door de laatste lus voor het dubb. st. gevormd is op, en
haalt nu deze 3 op de naald zijnde lussen met tweemaal doorhalen te zamen, waardoor het
blaadje voltooid is. Een gelijk blaadje tusschen den vierden en vijfden pic., 2 kett., 2 door 3
kett. gescheiden pic. naar beneden, 1 kett., 1 v. st. tusschen den daaropvolgende tweeden
en derden pic. van den vor. toer. Van * af herhalen. ― 4de
toer. Afwisselend 1 h. st., 1 kett., met den laatsten telkens 1
steek van den vor. toer overslaande. ― 5de toer. Op elk h. st.
van den vor. toer 1 h. st., daartusschen afwisselend: eens 1
kett., eens 1 pic. naar boven. ― 6de toer. 1 v. st. in den 1sten
pic., * 3 kett., 1 pic., 3 kett., met dezen boog 1 pic.
overslaande, 1 v. st. in den volgende pic. Van * af
herhalen. ― Aan de tegenovergestelde zijde van de
punten herhaalt men van den 3den tot den 6den toer,
doch de blaadjes, als ook de v. st., waarvan de laat-
ste telkens de punt van de kant vormen, moeten
volgens de afbeelding verzet worden.
Laag uitgesneden kleedje voor
meisjes van 15―17 jaar.
Afb. No. 75. Knippatr., keerz. v. h. Sup-
plem. No. XIV, Fig. 44―48.
Dit nauwtoeloopend kleedje (forme prin-
cesse of fourreau) bevelen wij als zeer gra-
cieus aan jonge meisjes aan, en wel zoo opgemaakt
als wij het op de afb. voorstellen. Ons model be-
staat uit lichtblauw zijden popeline, het in schel-
pen uitgesneden voorstuk en ook de eveneens ge-
schelpte bovenrand van het kleedje zijn met smalle
blauwe ruches versierd, het voorstuk heeft ronde kristallen knoopen, zoodat het op het kleedje ge-
knoopt schijnt te zijn. Men kan dit model ook uit
lichtkleurig mohair, taf, foulard, barège of iets der-
gelijks vervaardigen, en draagt het kleedje alsdan
over eene witte blouse. Uit de gekozen bovenstof
knipt men naar elk der fig. 45―47 twee gedeelten,
verder naar elk der fig. 44 en 48 een gedeelte aan-
een, langs de dunne lijn in het midden; daar wij het
knippatr. echter niet in de geheele lengte hebben
kunnen geven, knipt men in de richting van de lij-
nen met een pijl geteekend voort, totdat men de
noodige lengte heeft. De voering die bij het kleedje behoort, wordt ge-
knipt naar de fig. 44―48 uit shirting, en moet ongeveer 5 d. over de
taille heen reiken; bovendien knipt men voor het voorstuk fig. 44 nog
een lap mousseline in de geheele lengte. Als men de gedeelten boven-
stof glad op de voering heeft geregen, dan naait men in elk der voor-stukken fig. 45 de borstplooi van 16 tot 17, zet er langs den rand van
voren een schuinen reep bovenstof of voering 1 d. breed tegen, en
voorziet het rechter gedeelte van
ster tot punt met haken, het
linker met de daarbij behoo-
rende oogen. Naar aanwij-
zing der overeenstemmende
cijfers op de knippatronen
verbindt men de gedeelten fig.
44 tot 48, boort den bovenrand
van het kleedje en de armsga-
ten met een ingeregen koord-
je, en garneert beide bo-
vendien met een ruche
van taffen lint 2 d.
breed. De onder-
rand van de
voering blijft los
hangen en wordt gezoomd. Het voorstuk wordt behalve
de onderrand geboord, en volgens de afb. met ruches
en knoopen versierd; onder de laatsten bootst men ech-
ter met soutache van de kleur van het kleedje, een
knoopsgat na. De rechterzijde van dit voorstuk wordt
van den rand van onderen tot aan de taille, zoodanig op
de voorzijpanden genaaid, dat de schelpen er los over-
heen liggen, de steken moeten echter op de bovenzijde
niet zichtbaar zijn; op dezelfde wijze naait men het
linker gedeelte van het voorstuk tot aan ster vast
en voorziet het verder met knoopsgaten, de
voorzijpanden met de voorgeteekende knoo-
pen. Als men het kleedje aandoet, dan
maakt men eerst de haken en de oogen
die zich aan de voorzijpanden bevin-
den vast, en knoopt er dan het
borststuk overheen. De on-
derrand van het kleedje die
Bij deze Aflevering is een Supplement, bevattende knippatronen.
UITGAVE VAN A. W. SIJTHOFF, TE LEIDEN.
No. 78. Modeplaat.
No. 75. Nauwtoeloopend kleedje voor meisjes van 15―16 jaar.
Knippatroon keerzijde v. h. Supplem. No. XIV, Fig. 44―48.
No. 76. Borduurpatroon voor een
ceintuur.
No. 77. Borduurpatroon voor een
ceintuur.